De kunst van het stellen van vragen en doorvragen
t

De filosoof-leraar als publiek filosoof? René Gude

Ik vind het altijd interessant om te lezen hoe filosofen tegen hun (publieke) rol aankijken. In deze posting lees je de visie van René Gude, Denker des Vaderlands 2013-2014 over wat het voor hem betekent om filosoof te zijn. Het is afkomstig uit zijn gesprek met Theo Maassen in 24 uur met... Ik zal eerst een samenvatting geven, vervolgens vind je het transcript van het relevante deel uit het gesprek tussen Gude en Maassen. Het is waardevol omdat hij zich duidelijk afzet tegen de meer autoritaire, academische filosoof. Het ziet zichzelf als een filosoof-leraar die anderen ondersteunt in het denken waarbij de filosofie moet ingegeven zijn door de vragen die uit het leven zelf komen.


De rol van een publiek filosoof volgens René Gude


Samenvatting
Kenmerken en activiteiten van een publiek filosoof:
  • Focus op onderhoud / gebruik ideeën van andere filosofen (en niet zozeer eigen filosofie bedenken)
  • Filosoof helpt anderen in het denken, het bepalen/zoeken van de richting (ruitertje op paard van emoties), hiertoe
    • gebruik ideeën van andere filosofen (zoals hij het koetsje van Plato gebruikt)
    • gebruik citaten van filosofen die je daarna uitlegt (zoals de citaten van Schopenhauer en Vonnegut)
    • gebruik ook wat bekend is van het leven van filosofen (Scheler) 
  • Niet te veel ingaan op de minder relevante opmerkingen van de ander maar probeer dit anders te verwoorden om dan weer door te gaan op het oorspronkelijke denkspoor
  • In mijn eigen woorden: Gude is hiermee een zogenaamde type 4-filosoof/ethicus: een filosoof die helpt in het zoeken naar het juiste antwoord)

Transcript
Hieronder volgt het transcript van het relevante deel, met dank aan NPO voor het geven van toestemming:

René Gude (RG): Filosofie is geen losgezongen activiteit die je geheel los van de werkelijkheid kunt plegen maar ingegeven moet zijn door vragen die uit het leven komen. Er komen kwesties op, over het algemeen kom je daar uit ervaring in het dagelijks leven wel uit. Maar soms lukt dat niet snel genoeg. En dan is het de moeite om even afstand te nemen. Daar is volgens mij filosofie interessant. Omdat filosofie van het alledaagse fenomeen, dat je af en toe uit het gebeuren stapt om erover na te denken, dat filosofie er dan voor zorgt dat je daar de weg niet in kwijt raakt. 
Dat beeld is niet van mij, maar van Plato. Maar zo'n koetsje met twee van die knollen ervoor en zo'n lullig koetsiertje, dat vind ik mooi! Die emoties zijn ook permanent heel erg sterk. En veel sterker dan dat nagekomen verstand. Dat begin je pas op een latere leeftijd überhaupt enigszins te gebruiken. Dus die emoties zijn de motoren die alle vooruitgang bewerkstelligen. En dat koetsiertje kan hooguit een klein beetje bijdingensen. En wat ik ook wel aardig vind is dat die paarden elk een andere kant op willen - tegenstrijdige gevoelens. Die ene knol wil bij de club horen. Welke club dan ook, je familie, je collega's, die wil zich conformeren, onderdeel uitmaken van een club, conformeren inderdaad. Dus de individualiteit een beetje opgeven. En die andere knol die wil er juist uitsteken. Heel goed zijn, en eer, en roem. 
Theo Maassen (TM): Zijn filosofen wijzere mensen dan andere beroepgsgroepen, in de praktijk?  
RG: Waar filosofen een beroep van maken, is je stapt uit de groef en je gaat met elkaar praten over wat de goede richting zou kunnen zijn. En dan daar de draad niet kwijt raken, dat is wat filosofen beroepsmatig doen. Maar dat wil nog niet zeggen, dat ook zelfs als zij dat heel goed doen, dat zij dan degene zijn die als ze zelf terugstappen in de groef automatisch een veel betere kijk hebben hoe je dit weer praktisch omzet in jouw eigen ... Dit zijn heel algemene dingen, die voor alle mensen gelden. En dat moet je altijd dan weer in je eigen leven met alles wat daar aan bijzonderheden op je afstormt moet je dat weer inbouwen. Dat is lastig. 
TM: Ik denk dat een seksuoloog niet per se een betere minnaar is dan iemand anders. Ik kan me zelfs voorstellen dat het een soort overbewustzijn creëert waardoor je ... 'Doe ik het goed?'... net te veel instinct kwijt bent waardoor je als koetsier niet meer goed weet welke kant... Omdat mensen misschien als vanzelf het goede doen; wat goed voor ze is.  
RG: Dat is weer het gedoe met, als het lekker loopt in de praktijk en in de ervaring, blijf er dan in godsnaam van af. 
TM: If it ain't broke, don't fix it.   
RG: Er was een ethicus in Duitsland, begin vorige week, Max Scheler. En die had allerlei tips voor mensen. Die was niet te beroerd om de richting aan te geven. Maar die werd op een gegeven moment in een hoerentent of zo aangetroffen. Waarschijnlijk door een collega, dus hoe die nog moralistisch over kon doen dat weet ik niet. Desgevraagd: hoe verhouden zich dan jouw tips voor grote moraal dan met je eigen gedrag, toen zei hij: "Het is niet verstandig als de richtingaanwijzer in de richting gaat die hij wijst." De richtingaanwijzer moet blijven staan want dan kunnen alle mensen de goede kant op, maar hijzelf kon tot over zijn knieën in de zonde blijven staan. 
TM: Ik denk dat veel mensen het beeld hebben van filosofie dat is iets heel moeilijks, met allemaal moeilijke woorden. ... Heb jij je eigen filosofie, of weet je alleen veel van andere filosofen? 
RG: Ik vind het zelf heel leuk, en daar heb ik dus hard aan gewerkt, om te proberen zo goed mogelijk geen nieuwe filosofie te verzinnen - volgens mij is er namelijk zat. Maar zo goed mogelijk overbrengen, beschikbaar stellen wat er is. Dat gedoe met innovatie, vernieuwing, enzovoort, daar zit een grote onrust in die maakt dat je te weinig aandacht hebt voor wat er al bedacht is. Dus als je kijkt naar wetenschappers en onderzoekers die zijn eigenlijk nooit geïnteresseerd in wat er al bekend is maar altijd alleen maar geïnteresseerd zijn in wat niet bekend is. En eigenlijk dus wat ze niet weten. [...] In de filosofie is het zeker zo dat wat in het Duits zo mooi heet "Die standinge Rückfall durch vergessen", de voortdurende terugval door vergeten. Ik heb een citaat van Kurt Vonnegut, een Amerikaanse schrijver, maar die zegt "Everybody want to build, nobody want to do maintenance". Iedereen wil bouwen, ´nieuw´, en niemand doet onderhoud en voor je het weet loop je iets te bouwen wat we al lang hebben.
TM: En dat is eigenlijk wat jij op je hebt genomen. Dat onderhoud?  
RG: Ja. [...] 
RG: Mag ik er nog een citaat tegenaan gooien van Schopenhauer? "Het nieuwe is slechts zelden goed, omdat het goede altijd maar korte tijd nieuw is." Dat vind ik een fijne. Als je het nieuwe om het nieuwe gaat doen, dan hoef je maar te wachten tot morgen want dat is alles weer anders. En anders is nieuw. Dat slaat nergens op. Je moet iets goeds hebben en daar moet je maintenance aan doen. Van het bestaande, daar moet je onderhoud aan doen, kijk je hoe het zaakje ervoor staat en dan denk je... hier zit iets dat klopt niet en daar is iets nieuws nodig. En daar moeten wij veranderen, om dat wat we al hadden opgebouwd generaties lang of al was het drie weken met collega's, om dat te verstevigen. En dan heb je het over het woord goed. Het is echt is heel anders als je de woorden "nieuw" en "anders" gebruikt of "goed" en "beter". Bij goed en beter komen de zaken op scherp te staan hoor. Dus innovatie moet verbetering worden. 
TM: Maar soms je ook iets doen, soms provocatief of soms gewoon om het doen, om te kijken wat het is, om te kijken of het bestaansrecht heeft of niet. Je moet ook geen laf, conservatief mannetje worden dat heel erg vasthoudt aan ... wat dan blijft het ook niet helemaal goed.  
RG: Dat is waar en misschien moeten we eraan toevoegen dat als het geheel waar je plaatselijk wat aan moet verbeteren, dat als dat op een gegeven moment niet meer plaatselijk te verbeteren is, maar waar we het allemaal strondzat zijn, dan moet je het ook wegflikkeren. Iedereen moet weten over wie we het hebben.
[...]

Meer over: