De kunst van het stellen van vragen en doorvragen
t

De kunst van het stellen van vragen bij de ontmanteling van rechtbanken

Misschien heb je het niet gevolgd maar eind augustus kwam de Raad voor de Rechtspraak met het plan (o.a.) een zevental rechtbanken deels te ontmantelen. Een van de argumenten was financieel van aard: het ontmantelen van de rechtbanken zou financieel verstandig zijn (minder geld naar huisvesting betekent meer geld voor rechters). Het plan riep veel vragen op. Het is interessant om de vragen die bij zo'n plan worden gesteld te categoriseren.

Categorie 1. Klopt de financiële onderbouwing?
Ten eerste kun je vragen stellen bij de onderbouwing van het plan. Levert de bezuiniging echt zoveel op als is becijferd? En waarop zijn deze cijfers precies gebaseerd? Bijvoorbeeld de Tweede Kamerleden Oskam en Omtzigt (CDA) bevroegen de minister hierop hetgeen leidde tot een verrassende uitkomst: het plan was enkel gebaseerd op 'ramingen'.


Het probleem van deze vraag is dat je je als vragensteller mogelijk bindt als de financiële onderbouwing blijkt te kloppen. Vragen naar de financiële onderbouwing lijkt immers te impliceren dat wanneer de onderbouwing wel goed is, dat het dan een goed plan is. Maar is dit wel de bedoeling van de vraag?

Categorie 2.  Ook al kost dit ons wat, kunnen we dit toch niet betalen?
Het plan werd door een aantal betrokkenen meer algemeen bevraagd. Niet zozeer werd gekeken naar de concrete onderbouwing als wel naar wat een welvarend land zou willen en moeten besteden aan rechtspraak. Dus al levert het plan financieel wat op dan nog is het de vraag of wij als welvarend land dit er niet voorover hebben. Dit resulteert in een vraag als die van Liesbeth van Tongeren (GroenLinks):

 
Een goede vraag. Want stel we nemen aan dat het weghalen van rechtspraak uit de regio (Drenthe, Achterhoek, Twente e.d.) financieel gezien een betere keuze is. De vraag is dan nog steeds of we toch geld voor rechtspraak in de regio over hebben. Om bijvoorbeeld juristen in Zutphen, Almelo en Assen de mogelijkheid te geven een baan in hun nabijheid te hebben. Om regionale toeleveranciers van deze rechtbanken opdrachten te bezorgen. Deze vraag kent hiermee echter nog steeds een groot nadeel: nog steeds wordt het vraagstuk met name financieel benaderd. In ieder geval staat het kosten/baten-denken nog voorop.

Categorie 3. Wat is niet uit te drukken in termen van (financiële) kosten/baten ?
In de rechtbanken-discussie werden weinig vragen van de derde categorie gesteld (al komt de vraag van Van Tongeren wel in de buurt). Om te laten zien, welk soort vragen dit zijn, is het zinnig om eerst wat te zeggen over de rol van de markt in onze samenleving.

Volgens sommige auteurs leven we in een samenleving waar het marktdenken te veel voorop staat. We zijn te snel geneigd om bijna alle problemen te benaderen in termen van (financiële) kosten en baten. Als het ergens goedkoper kan of iemand het goedkoper kan doen, dan heeft dit de voorkeur. En als mensen ergens voor kunnen en willen betalen dan moet ook dit de voorkeur hebben.

O.a. de filosoof Michael Sandel (in zijn boek What money can’t buy: the moral limits of markets) betoogt dit. Hij stelt dat het marktdenken niet altijd gewenst is en we op z´n minst met elkaar over de grenzen van het marktdenken in gesprek moeten gaan. Bijvoorbeeld als we gevangenissen privatiseren en toestaan dat gevangenen kunnen betalen voor betere voorzieningen in hun cel. Is dit wenselijk?

Nu lijkt deze analyse van het marktdenken niet relevant te zijn voor de hierboven genoemde rechtbank-discussie. Hier is immers geen sprake van het overdragen van overheidsactiviteiten naar de markt. Toch zien we een gelijkenis: de rol van geld. Maar het is toch vanzelfsprekend dat we ook direct kijken naar de financiële kant van het verhaal? Het probleem is dat de fundamentele vragen die hieraan vooraf gaan misschien te snel worden vergeten en wij niet van elkaar weten hoe we hier instaan:

  • Wat voor soort rechtspraak willen we hebben? Was past een rechtsstaat? Impliceert het zijn van een rechtsstaat dat de rechtspraak per definitie lokaal zichtbaar / geworteld moet zijn? Impliceert het zijn van een rechtsstaat dat de rechtspraak altijd goed moet zijn? Stel geld doet er niet toe: kunnen lokale rechtbanken in principe goede rechtspraak leveren?
  • Gezien deze vragen: wat is eigenlijk goede rechtspraak? Wat betekent het om een rechtsstaat te zijn? 
  • Wat vinden we zo belangrijk dat geld er niet toe doet? Wat is noodzakelijk rechtsstatelijk vereist?
 
Het zou interessant zijn als politici of bestuurders eerst een antwoord op deze vragen geven. De vraag of Nederland dit - als een van de rijkste landen van de wereld - vervolgens kan betalen, zou daarna aan de orde kunnen komen. Hiermee krijgen we een aanpak waarmee direct zichtbaar wordt welke politicus of bestuurder om financiële redenen wil tornen aan wat hij of zij vindt hoe een rechtsstaat zou moeten zijn.


Meer over: , , ,