De kunst van het stellen van vragen en doorvragen
t

Tip: Let op dat je vraag beantwoord wordt

Niet ingaan op de vraag
De kunst van het stellen van goede vragen is makkelijker dan sommige mensen denken (en inderdaad, je verstaat deze kunst al aardig als je nu direct denkt: over welke mensen heeft hij het eigenlijk precies?). De kunst van vragenstellen is namelijk grotendeels een vaardigheid. Een vaardigheid die bestaat uit diverse concrete deelvaardigheden. In deze tip lees je over een deelvaardigheid die om scherpte vraagt: let erop dat de ander wel je vraag beantwoordt en niet enkel de inleidende bewering(en) becommentarieert.
 
Het probleem
Het is een vaardigheid die aan te leren valt en met name vraagt om oplettendheid: zie als je een vraag stelt er altijd op toe dat de ander deze beantwoordt en niet enkel je inleidende bewering(en) becommentarieert. Nu hoeft het laatste niet altijd een probleem te zijn zolang je maar er bewust van bent dat dit plaatsvindt: dat de ander niet ingaat op je vraag maar enkel je introductie van commentaar voorziet.

Een standaardvoorbeeld. Moeder tegen zoon: "Zo, jij was vroeg thuis gisteravond! Waar ben je geweest?" Zoon: "Ik was helemaal niet vroeg thuis. Hoe kom je daarbij ... het was zelfs laat ... (et cetera)."

Je ziet in dit voorbeeld dat een inleidende bewering (jij was vroeg thuis gisteravond) direct wordt becommentarieerd terwijl de vraag verder niet meer wordt beantwoord. Afhankelijk van hoe het gesprek zich ontwikkelt, wordt het antwoord zelfs nooit gegeven.

Een voorbeeld uit de politieke praktijk
Het niet ingaan op de vraag is een voorkomend probleem. Zeker als de inleidende bewering uitnodigend is om van commentaar te voorzien en/of de vraag zelf een lastige vraag is. Met name politici hebben hier een handje van (worden ze hierin getraind?). Een voorbeeld.

Gisteren interviewde Jaap Jansen Alexander Pechtold voor BNR (hier terug te luisteren). Jaap Jansen is politiek verslaggever en commentator bij deze zender en interviewde Pechtold over de gesprekken die mogelijk zouden plaatsvinden over het nieuwe belastingpakket. Het nieuws was dat D66 had besloten om toch bij deze gesprekken aan te schuiven (en waar ze later weer van wegliepen trouwens). 

Uit het interview (transcript, vanaf 2:15):

Jansen: "Het kabinet denkt 35.000 tot 60.000 banen te kunnen creëren. U wil liever richting 100.000. Hoe doet u dat?"
Pechtold: "Het kabinet komt niet verder dan 30, 35.000 want dat is precies wat er in het eerste pakket zit. Het tweede en derde pakket, voor de kenners van al die pakketten, zijn eigenlijk al vorige week gesneuveld dus daarmee is met name op het punt van de banen, de werkgelegenheid, het pakket teruggebracht tot nauwelijks ambitie."
Jansen: "U gaat vooral luisteren en vanavond staan bij de deur van financiën en dan is het weer ja of nee D66."
Pechtold: "En ook de anderen. D66 is vanaf het lente-akkoord ..."

Je ziet dat Pechtold bij de eerste vraag niet op de vraag ingaat maar enkel de inleidende bewering van commentaar voorziet. De vraag zelf (hoe denkt D66 100.000 banen te kunnen creëren?) wordt direct niet beantwoord. Pechtold lijkt weg te komen met enkel een uitspraak over de inleidende bewering.  De luisteraar komt het antwoord niet te weten?

What to do als dit gebeurt?
Als iemand niet de vraag beantwoordt maar enkel de inleidende beweringen becommentarieert moment heeft een interviewer grofweg twee opties.

  1. Ten eerste kun je de vraag natuurlijk herhalen. Dit kan in andere bewoordingen maar vaker is het beter om letterlijk dezelfde vraag nog een keer te stellen. Deze herhaling maakt dat de geïnterviewde zal begrijpen dat de vraag ertoe doet: "Ik begrijp dat u ... maar mijn vraag blijft ..." of "Ok, maar nogmaals mijn vraag: ...".
  2. Ten tweede kan de vragensteller doorgaan op de weg die de geïnterviewde is ingeslagen. Dit kan betekenen dat het oorspronkelijke onderwerp uit het beeld geraakt. Deze optie moet je vooral kiezen als je (a) geen antwoord verwacht op de vraag, of (b) indirect de vraag wel is beantwoord, of (c) het nieuwe onderwerp interessanter is.
Jansen gaat in bovenstaand voorbeeld duidelijk voor scenario 2. Hij komt met een vervolgvraag maar deze is duidelijk geen herhaling van de eerste vraag. Op basis van de constatering dat Pechtold de vraag niet beantwoordt, concludeert  Jansen dat Pechtold (dus) 'vooral gaat luisteren'. Dit zien we terug in de tweede vraag.
 
Voorkomen is beter
Het is nog beter om te voorkomen dat de ander de vraag niet beantwoordt. Met een goede vraag kun je dit sturen. Op de volgende manieren kun je voorkomen dat iemand niet je vraag beantwoordt:
  • Open deur: leidt de vraag niet in: geef geen context e.d. Dit lijkt voor de hand te liggen maar veel mensen hebben hier moeite mee. Dit zie je met name terug in vergaderingen. Iemand wil een vraag stellen maar voordat de vraag wordt gesteld wordt eerst iets herhaald of een mening gegeven. Stel jezelf de vraag of dit nodig is.
  • Je kunt ook het belang van de vraag benoemen door zelf al een antwoord te geven: een antwoord dat duidelijk fout is of een antwoord dat juist erg voor de hand ligt. De ander dwing je hiermee om met een beter antwoord te komen. Een voorbeeld: "Veel mensen denken dat x te maken heeft met y maar wat is uw visie op ...?
  • Benoem eerst de deskundigheid of de autoriteit van de ander en stel vervolgens dat iemand zoals hij of zij wel een antwoord moet hebben op de vraag. Door zo hoog in te zetten, zal de ander niet genegen zijn om geen antwoord te geven. Daarmee wekt de ander immers de indruk misschien geen expert te zijn. Een voorbeeld: "U hebt in vele commissies gezeten als expert aangaande [onderwerp] en ook heeft u veel gepubliceerd over dit onderwerp. Iemand als u moet wel een antwoord hebben op de vraag: ...?" 
  • Een vierde mogelijkheid is het belang - voor de aanwezigen, voor de kijkers of bijvoorbeeld voor jou - van een antwoord op de vraag te benadrukken. De ander zal eerder geneigd om de vraag te beantwoorden want het belang van een ander wil je niet snel snel terzijde schuiven. "Alle leden van de vereniging hebben er baat bij om te weten hoe het ervoor staat met x; vandaar mijn vraag of ...?"
  • De laatste optie lijkt op vierde optie - is in de kern hetzelfde - maar toch is het waardevol om deze nog even apart te benadrukken. In plaats van het belang van een antwoord voor iemand anders of het belang voor jou te benadrukken, geef je aan waarom een antwoord op de vraag belangrijk is voor de persoon zelf. Een voorbeeld: "Er bestaan veel verhalen over uw handelen inzake x. Dit is het moment voor u om duidelijkheid te verschaffen. Wat is er precies gebeurd op die ene dinsdag in oktober?"

Samenvattend
Zie ertoe dat anderen je vraag beantwoorden en zich niet enkel richten op je inleidende beweringen. Wees je in ieder geval ervan bewust als dit gebeurt. Nog beter: stel de juiste vragen.

Meer over: , ,