De laatste jaren zijn er diverse boeken op de markt verschenen die gaan over het in gesprek gaan met ouders of andere oudere familieleden. De boodschap is vaak hetzelfde: wacht niet te lang met het stellen van vragen aan je ouders. Aan je vader, moeder, of indien relevant aan je opa, oma of andere oudere familieleden. Maar welke vragen kun je dan stellen aan je ouders? In deze bijdrage een vragenlijst en enkele tips.

Eerste versie: 24-02-2021.

Vragen stellen aan je ouders
 

Eerder heb je kunnen lezen over een tip van Eddy Terstall. Zijn advies: wacht niet te lang met het stellen van vragen aan je ouders. Als je te lang wacht, ontneem je je immers de kans om met ze in gesprek te gaan. Om te echt te leren kennen.

Het is misschien wel een goede vraag: hoe goed ken jij je ouders? Of je grootouders, je ooms en tantes? Je familiegeschiedenis?

De oproep om niet te lang te wachten met het stellen van goede vragen zie je trouwens niet alleen bij Terstall. Regelmatig verschijnen er artikelen en boeken van auteurs die ons aanraden om in gesprek te gaan met onze ouders. Om diepe gesprekken te voeren.

Neem bijvoorbeeld René Diekstra met het boek In gesprek met je ouders: handleiding voor je belangrijkste interview. Of het boek Spreken is zilver, vragen is goud: in dialoog met ouderen van Marja Havermans en Aagje Vossen. Ook in de Engelstalige literatuur kun je genoeg vinden (al zie je - net zoals bij ons - dat de nadruk meer ligt op het stellen van vragen door ouders aan kinderen).

 
Het advies om niet te lang te wachten met het voeren van goede gesprekken met je ouders omarmen we natuurlijk direct. Als je te lang wacht, kan deze mogelijkheid je immers vooral altijd ontglippen. Je vader of moeder komt te lijden aan dementie of ze overlijden. Maar een andere reden om niet te lang te wachten, is dat door het voeren van diepe gesprekken de relatie tussen jou en je ouders waarschijnlijk beter zal worden (omdat jij en je ouders elkaar beter begrepen).

Vijf belangrijke adviezen bij het stellen van vragen aan je ouders

Goede gesprekken kunnen niet zonder het stellen van goede vragen. Om je hierbij te te helpen, vind je hieronder een vragenlijst. Maar eerst krijg je nog een aantal vraagtips. Want je moet natuurlijk wel opletten hoe je de vragen stelt:

Heb je geen tijd om deze tips te lezen of wil je direct naar de meest interessante vragen: ga dan naar de laatste categorie vragen!

1. Stel ook gesloten vragen (om dan door te vragen)

Open vragen leiden in het algemeen tot meer informatie. Daarom hoor je vaak je het advies om open vragen te stellen. Maar onderschat niet de kracht van een goede gesloten vraag. Met gesloten vragen kun je meer expliciet aftasten of je een goed gespreksonderwerp hebt. Reageert iemand verbaal of non-verbaal enthousiast, ga dan vervolgens doorvragen. Zeker bij mensen die lijden aan dementie kan een gesloten vraag een goede startvraag zijn.

Heeft u vroeger veel gewerkt? [...] Waar heeft u dan gewerkt? [..] Hoe voelde het toen u het hele land moest reizen om ... ?


2. Stel verhelderingsvragen

Een goede manier om (vervolgens) door te vragen is door het stellen van verhelderingsvragen. Wat bedoelt je gesprekspartner met bepaalde begrippen? Welke voorbeelden heeft je ouder in gedachten? Kan hij of zij het beschrijven? Kleur dus niet zelf in. En wees vooral niet te oordelend (sterker nog: te veroordelend). Laat je leiden door je nieuwsgierigheid.

Wat bedoelt u met dat het hard werken was? Kunt u zich dan een een bepaald weekendje weg goed herinneren? Welke juf komt dan hierbij in uw gedachten?

3. Geef soms een compliment

Laat tijdens het gesprek doorklinken dat je het waardeert dat de oudere de vraag beantwoordt. Dit zal alleen maar uitnodigen om meer vragen te beantwoorden en door te vertellen. Een prettig, gemeend compliment wordt niet voor niets gebruikt door veel bekende vragenstellers.

Ik heb het altijd erg sterk van u gevonden dat u zo lang .... Hoe kwam u hier terecht?


4. Stel echovragen

Sommige ouderen hoef je maar weinig munitie te geven om ze aan te laten over het verleden. Het kort herhalen van wat iemand zegt is al genoeg. Dit wordt ook wel een echovraag genoemd. Herhaal de vraag en wees verder gewoon nieuwsgierig.

"Tijdens militaire dienst ben ik twee keer uitgezonden."
Twee keer uitgezonden?


5. Stel geen dubbele vragen

Als je meteen meerdere vragen stelt, dan maak je het een ander in het algemeen al vrij lastig. Als je te maken hebt met ouderen, dan is dit helemaal het geval. Stel één vraag per keer en dus geen dubbele vragen. En wacht ook niet direct met het afvuren van je vragen. Je mag best een stilte laten vallen.

Nu is dit overzicht natuurlijk nog lang niet volledig. Als je meer relevante tips zoekt, kun je op deze pagina terecht.


De vragenlijst

Hieronder vind je diverse vragen die je zou kunnen stellen aan je ouders of aan andere oudere familieleden. Het is trouwens - zo is mijn ervaring - ook meteen een interessante vragenlijst voor verpleegkundigen en zorgverleners die veel met ouderen of mensen die lijden aan dementie in gesprek zijn.

Zoals je zult zien, zijn de meeste vragen als open vraag geformuleerd. Als dit een keer beter uitkomt, ga je deze natuurlijk omzetten naar een gesloten vraag (zie de eerste vraagtip). Ook kun je de vraag minder formeel maken als dit beter past (de vragen zijn nu opgesteld in de u-vorm).

Tot slot voor de zekerheid: natuurlijk ga je niet alle vragen stellen! Naar welke antwoorden ben jij nieuwsgierig?

Wonen

  1. Bent u thuis geboren?
  2. Hoe lang verbleef u en mijn oma in het ziekenhuis?
  3. Had u toen u klein was een kamer voor uzelf?
  4. Hoe vaak bent u verhuisd?
  5. Wat was de reden dat we gingen verhuizen uit [x]?
  6. Waar heeft u met het meest plezier gewoond?
  7. Waar vond u het minst prettig om te wonen?
  8. Had u veel contact met buurvriendjes of de buren?
  9. Hoe zag de tuin eruit?
  10. Hoe was het om in de jaren '60 in Rotterdam te wonen?
  11. Vond je het jammer dat jullie (nooit) verhuisd zijn?
  12. Aan welk huis denkt u nog het meest terug?
  13. Zou u wel weer terug willen naar het ouderlijk huis?
  14. Had u ook graag (niet) in het buitenland willen wonen?
  15. Wat vond u qua verhuizen de moeilijkste keuze?
  16. Welk advies zou u qua wonen aan mij geven?


Werk

  1. Heeft u tijdens uw jeugd reeds veel gewerkt / baantje gehad?
  2. Moest u al jong werken van uw ouders?
  3. Wat was uw eerste echte baan?
  4. Hoelang heeft u dit werk gedaan?
  5. Wat zijn uw mooiste / slechtste herinnering aan deze baan?
  6. Hoe kreeg u uw geld?
  7. Hoeveel uur per week werkte u (bij baan x)?
  8. Hoe keek uw omgeving tegen dit werk aan?
  9. Had u veel invloed op wat u deed of moest doen?
  10. Heeft u de carrière gehad die u graag gezien had?
  11. In hoeverre was het maken van carrière iets wat gangbaar was?
  12. Welke banen heeft u nog meer gehad?
  13. Bent u ooit vrijwillig bij een werkgever vertrokken?
  14. Bent u ooit ontslagen, al dan niet terecht?
  15. Was u ondernemer / had u graag ondernemer willen zijn?
  16. In hoeverre was het werk goed te combineren met thuis / een gezinsleven?
  17. Zou u achteraf qua werk andere keuzes maken?
  18. Heeft u ooit wakker gelegen van uw werk?
  19. Welke veranderingen hebt u gezien op de arbeidsmarkt / in uw werk?
  20. Wat was het hoogtepunt qua werk?
  21. Heeft u nog veel contacten over gehouden aan uw werk?
  22. In hoeverre was u goed opgeleid voor uw werk?
  23. Waar bent u het meest trots op in uw werk?
  24. Had u eerder willen of moeten stoppen met uw werk?
  25. Stel alles was mogelijk geweest, wat had u graag willen worden?
  26. Hoe was het qua werk tijdens de Tweede Wereldoorlog / tijdens ...?
  27. Heeft u zich ook geschaamd voor het werk dat u heeft verricht?
  28. Hoe kwam u aan dat baantje?
  29. Heeft u wel eens geweigerd iets te doen?
  30. Kon u goed thuis het werk loslaten?
  31. In hoeverre heeft uw werk u fysiek gevormd / geraakt?
  32. Vond u het moeilijk om met pensioen te gaan?
  33. Bent u nog later nog terug op uw werk geweest?
  34. Welk werkadvies of carrière-advies zou u aan anderen geven?

Kinderen en opvoeding

  1. Heeft u bewust gekozen voor kinderen?
  2. Weet u nog hoe u aan uw ouders heeft verteld dat u een kindje kreeg?
  3. In hoeverre vond u de zwangerschap (van x) een spannende tijd?
  4. Hoe reageerde uw omgeving dat u vader / moeder ging worden?
  5. Hoe bent u op de naam ... gekomen?
  6. Heeft u ook nog andere namen overwogen?
  7. In hoeverre voelde u zich gedwongen om familienamen te gebruiken?
  8. Wat kunt u zich nog herinneren van de geboorte (van x)?
  9. Bij wie lag de opvoeding of was het een gedeelde opvoeding?
  10. Waren er ook zaken die u wel wenste maar u uw kinderen niet kon geven?
  11. Wat waren de mooiste / moeilijkste / leuke / ... tijden tijdens de eerste jaren van x?
  12. Wat vond u het zwaarste / leukste / bijzonderste van het hebben van kinderen?
  13. Heeft u veel / bijzondere uitstapjes gemaakt met uw gezin?
  14. Hoe waren de kinderen tijdens de pubertijd?
  15. Hoe werd vroeger gekeken op het combineren van werk en opvoeding?
  16. Vond u het lastig toen de kinderen het huis uit gingen?
  17. Heeft u wel eens nagedacht hoe u leven zou zijn geweest zonder kinderen?
  18. Welk lief en leed hebt u met uw kinderen doorgemaakt?
  19. Wat was het belangrijkste dat u uw kinderen wilde doorgeven / leren / ervaren?
  20. Welke adviezen zou u aan anderen geven als het aankomt op het opvoeden van kinderen?

 

Familie

  1. Had u vroeger goed contact met uw broers / zussen / familie?
  2. Hoe was uw band met uw ouders?
  3. Wat deed uw vader / moeder voor werk?
  4. Hoe vierden uw vader / moeder vroeger hun verjaardag?
  5. Waren u ouders veel thuis?
  6. Hoe herinnert u uw ouders? 
  7. Had u vroeger veel ruzie met uw ouders?
  8. Bent u opgegroeid in een warm gezin?
  9. Wat herinnert u nog van uw eigen opa / oma?
  10. Wat zou u typisch iets voor een [naam]? Wat is typerend voor onze familie?
  11. Ging u vroeger veel om met andere gezinsleden / familieleden?
  12. Hoe is het om op te groeien als de jongste / middelste / oudste?
  13. Welk contact had u met uw familie?
  14. Heeft u zich altijd gesteund gevolgd in de familie?
  15. Met welke familieleden had u nooit contact?
  16. Met welke familieleden had u graag meer contact willen hebben?
  17. In hoeverre was u geïnteresseerd in uw eigen familieverleden?
  18. Heeft u wel eens conflicten gehad in de familie?
  19. Wat waren mooie momenten met uw ouders / opa / oma / ...?
  20. Wat deed u vroeger met uw broer / zus? Sporten, ...
  21. Waren de verwachtingen thuis van u anders dan die van uw broers / zussen?
  22. Hadden u en uw familieleden bijnamen of koosnaampjes voor elkaar?

 

Jeugd en vrienden

  1. Wat is uw eerste jeugdherinnering?
  2. Hoe zou u uw jeugd omschrijven?
  3. Welke ervaring van vroeger zou u wel willen herbeleven?
  4. Welke ruzie toen u klein was kunt u zich nog herinneren?
  5. Wat was uw favoriete speelgoed?
  6. Hoe zag uw favoriete knuffel eruit?
  7. Wat deed u het liefste toen u klein was?
  8. Heeft u een strenge opvoeding gehad?
  9. Werd u vroeger uitgedaagd in bepaalde zaken?
  10. Werd er vroeger veel gelachen thuis?
  11. Welke bijnamen had u vroeger (op de lagere school, tijdens voorgezet onderwijs ...)? 
  12. Had u vroeger veel vrienden?
  13. Welke vriendschappen gingen over?
  14. Wie was uw beste vriend?
  15. Wat maakte dat [x] uw beste vriend was?
  16. Hoe loste u ruzies op met [x]?
  17. Wie was uw eerste jeugdvriend?
  18. Ging u veel om met kinderen van het andere geslacht (met meisjes / jongens)
  19. Kunt u zich nog ruzies met vrienden herinneren?

 

Relaties / liefdesleven

  1. Wie was uw eerste liefde?
  2. Was [x] uw eerste liefde?
  3. Waar heeft u [x] ontmoet?
  4. Hoe ontmoetten [x] en u?
  5. Op welke leeftijd begon u zich te interesseren voor andere jongens / meiden?
  6. Heeft u veel relaties gehad?
  7. Wat deden u en [x] vroeger? Ging u dansen, sporten, wandelen, ...?
  8. Heeft u wel eens teruggedacht aan een oude liefde?
  9. Vond u het een grote stap om te trouwen?
  10. Wat weet u zich nog te herinneren van uw huwelijksdag?
  11. Hoe vonden uw ouders uw vriend / vrienden?
  12. Welk moment met [x] zou u wel willen herbeleven?
  13. Wat is het romantische dat u ooit heeft gedaan?
  14. Zijn er zaken in uw liefdesleven waar u met minder plezier op terugkijkt?
  15. Vond u het lastig om te scheiden?
  16. Hoe was het om te leven met [x]?
  17. Was [x] een makkelijke man / vrouw om mee te leven?
  18. Was [x] iemand om ook goede gesprekken met te voeren?
  19. U hebt nooit getwijfeld [x] te verlaten?
  20. Zou u - achteraf - ook nu altijd bij [x] zijn gebleven?
  21. Had u vroeger veel ruzies met [x]?
  22. Welk advies zou geven aan jongeren die twijfelen over hun relatie?

Onderwijs en opleiding

  1. Wat herinnert u zich nog van uw schooljaren? (lagere school / middelbare school ...)
  2. Hoe waren de meesters en juffen op de lagere school?
  3. Welke meester of jus staat u nog bij?
  4. Haalde u goede cijfers?
  5. Wat waren uw favoriete vakken?
  6. Met welke vakken had u moeite?
  7. Welke talen had u vroeger?
  8. Tegen welke vakken / activiteiten keek u op?
  9. Werd er vroeger in uw tijd veel gepest?
  10. Ging u ook op schoolkamp?
  11. Was u een ijverige leerling?
  12. Hoeveel huiswerk kreeg u vroeger? 
  13. Werd van u veel verwacht qua school?
  14. Waren er verschillen thuis qua verwachtingen?
  15. Naar welke vervolgopleiding ging u?
  16. Zat u bij uw vervolgopleiding meteen op uw plek?
  17. Veranderde er veel toen u van de basisschool ging?
  18. Bent u - achteraf - naar de juiste vervolgschool gegaan?
  19. Waar kijkt u het meest positief op terug tijdens de middelbare school?
  20. Heeft u - terugkijkend - de juiste opleidingen gevolgd?
  21. Heeft u qua opleiding het maximale eruit gehaald?
  22. Vroeg uw werk later nog om veel bij te leren?
  23. Welke advies zou u geven aan jongeren die nu een opleiding moeten kiezen?


Vrije tijd, hobby's en vakanties

  1. Had u vroeger veel vrije tijd?
  2. Wat deed u in uw vrije tijd?
  3. Hoe zagen uw weekenden eruit (toen u x jaar was)?
  4. Werd in uw tijd ook veel gesport?
  5. Hoe goed was u in uw sport?
  6. In hoeverre had u vroeger huisdieren?
  7. In hoeverre heeft u door de tijd andere hobby's gekregen?
  8. Had u van uw hobby ook uw werk willen maken?
  9. Ging u vroeger naar het theater of bioscopen?
  10. Welke voorstelling staat u nog het meest bij?
  11. Van welke televisieprogramma's heeft u het meest genoten? 
  12. Bezocht u ook wel eens sportevenementen?
  13. Ging u veel de natuur in?
  14. Las u vroeger veel?
  15. Hoe herinnert u zich nog bepaalde vakanties?
  16. Op welke vakantie kijkt u met veel plezier op terug?
  17. Bent u veel in het buitenland geweest?
  18. Welke reizen heeft u gemaakt?
  19. Wat is de mooiste plek die u ooit heeft bezocht?
  20. Wat waardeerde u het meest aan uw reizen / vakanties?

 

Religieuze en politieke opvattingen

  1. Waren uw ouders streng qua geloof?
  2. Welk geloof werd vroeger bij uw ouders beleden?
  3. In hoeverre was er ruimte om uw eigen geloof te omarmen?
  4. Bent u qua geloof in de loop der tijd anders gaan denken?
  5. Wat maakt dat u anders tegen geloof bent gaan kijken?
  6. Hadden jullie vroeger veel politieke of maatschappelijke discussies?
  7. Dachten u en mama / papa over politieke zaken veelal hetzelfde?
  8. Hoe belangrijk vond u dat wij / uw kinderen politiek betrokken werden?
  9. Hebt u ooit ergens voor gedemonstreerd?
  10. In hoeverre bezocht u begraafplaatsen van familieleden?
  11. In hoeverre zijn uw politieke ideeën in de loop der tijd veranderd?
  12. In hoeverre heeft de politiek u veel bezig gehouden?
  13. Hebt u aan vrijwilligerswerk gedaan?
  14. Van welke verenigingen was u vroeger lid?
  15. Welke abonnementen op kranten of tijdschriften had u vroeger?
  16. Waren er maatschappelijke problemen die u zich vroeger bovenmatig aan het hart ging?


Overig

  1. Welke dromen had u van het leven toen u klein was? (toen u 16, 21, ... was)
  2. In welke tijd had u wel willen leven?
  3. Wat was de mooiste periode uit uw leven?
  4. Ik kan me voorstellen dat dit een lastige vraag is, maar welke dag was misschien wel de mooiste dag van uw leven? Kunt u deze in detail omschrijven?
  5. Hoe was uw leven tijdens de Tweede Wereldoorlog / de olie-crisis / kroning van Beatrix / 9-11 / ... ?
  6. Welke politieke of andere gebeurtenissen hebben op u veel indruk gemaakt?
  7. Wat zou u zo weer opnieuw doen?
  8. Wat zou u laten als u terug kon in de tijd?
  9. Heeft u ooit met uw ouders gesproken over hun leven?
  10. Wat is uw belangrijkste levensles?
  11. Wie inspireerde u vroeger het meest?
  12. Wat is het mooiste dat u ooit hebt beleefd of in handen hebt gehad?
  13. Wat is het spannendste dat u ooit heeft meegemaakt?
  14. Waar heeft u achteraf spijt van?
  15. Welke gebeurtenis is u het meest dierbaar?
  16. Welke gebeurtenis heeft de grootste impact gemaakt op uw leven? (en welke veranderingen bracht dit met zich mee)
  17. Als wij bij uw begrafenis terugblikken op uw leven, wat ziet u graag benoemd worden?
  18. Wat was de meest memorabele periode in uw leven?
  19. Wat zou u - met al uw ervaring - willen meegeven aan de generatie na u?


Zitten er goede vragen tussen? Hopelijk wel.

Tot slot in ieder geval nog een tip als je zelf vragen gaat bedenken: vragen om advies kan ook goed werken. Veel ouderen vinden het namelijk fijn als ze jongeren advies kunnen geven. Om die reden vind je hierboven reeds bij meerdere categorieën als laatste vraag een adviesvraag.

Heb je aanvullende leuke voorbeeldvragen, dan lezen we die graag! Bijvoorbeeld via Twitter.

We wensen je veel goede gesprekken met je ouders of andere familieleden toe!
 
Lees ook: betere vragen stellen