In dit artikel zal ik aan de hand van een voorbeeld de stropop-drogreden bespreken. Een stropopredenering is een drogreden: een reden (argument) die op eerste gezicht overtuigend lijkt maar waarin een redeneerfout zit. De kunst is om deze (mogelijke) drogredenen te doorzien en de ander hierop te bevragen. Om te komen tot een beter gesprek of tot betere oordeelsvorming. Met welke vragen je dit kunt doen, vind je hier.

Eerste versie: 14 juni 2016
Geactualiseerd: 18 juni 2021


Vragen stellen bij de stroman-drogreden
 

Wat is de stropop of stroman drogreden?

Van een stropop-redenering is sprake indien iemand een fictief standpunt of een fictieve argumentatie wordt toegeschreven, om vervolgens dit niet bestaande standpunt of deze valse argumentatie te weerleggen. En daarmee de indruk wil wekken gelijk te hebben.

Vaak betreft dit het vertekenen van een bestaand standpunt of de bestaande argumentatie van de ander. Het is natuurlijk een slimme discussietruc: eerst verdraai je dat wat de ander zegt om vervolgens hierover verontwaardigd te doen!

De indruk wordt dus gewekt dat het daadwerkelijke standpunt wordt bestreden, maar dat is niet het geval. 
 
Een stroman wordt ook wel een stropop genoemd. Heel soms wordt het de vogelverschrikker genoemd, maar dat zie je niet veel.

Waarom moet je hier vragen bij stellen?

Een van de uitgangspunten van een redelijke discussie is dat een aanval op een standpunt betrekking moet hebben op het standpunt dat door de andere partij naar voren is gebracht [1].

Als iemand een standpunt gaat aanvallen (of argumentatie) dat helemaal niet het standpunt (argumentatie) is van de ander, dan is dit natuurlijk niet fair.

Een voorbeeld van een stroman

Laat ik een voorbeeld geven van een stropopredenering die ik eens hoorde op BNR. Tom van 't Hek interviewde hier de VVD'er Barbara Visser.

Het onderwerp dat besproken werd, was in hoeverre is het wenselijk als kentekens van autorijders worden gescand met als doel deze autorijders een aanbieding te sturen van een fiets? (met als achterliggende redenering dat wanneer mensen niet met de auto naar het werk gaan maar met de fiets dat dit files bestrijdt).

Vergeet even de discussie, maar laten we kijken de stropop.

Het startpunt van het gesprek was dat het scannen van kentekens juridisch mag als dit wordt gedaan "ten behoeve van de bruikbaarheid van de weg". Volgens Visser werd deze definitie echter te ruim geïnterpreteerd (ik kan niet genoeg herhalen: dat mag natuurlijk; haar standpunt zal ik hier niet bediscussiëren).

"Nou ja, nu is het dus veel te ruim gedefinieerd. We zien ook gewoon voorbeelden waarvan wij zeggen: "hé overheid waar bemoei je je mee". Ik rij hier gewoon; het is hartstikke leuk als je mij op de fiets wil krijgen, maar daar ga ik altijd nog zelf over. Straks krijg je nog een aanbieding om 's ochtends even een smoothie te gaan halen omdat dat ook zo goed is voor je hersenen, 's ochtends op de weg, waardoor je beter de weg kunt gebruiken. Dat vinden we heel erg raar want het is dus bedoeld om het gedrag van mensen te veranderen. Dus ga je als overheid wat ons betreft veel te ver. En het gekke is dat als je bij een tankstation doorrijdt zonder je benzine te betalen dan mogen die camerabeelden niet worden gebruikt. Dan hebben we het gewoon over veiligheid en diefstal. En in dit soort gevallen wel. Ja, wij vinden dat de verhouding daarmee zoek is."

Het smoothie-voorbeeld is waarschijnlijk een stropopredenering. Laten we nieuwsgierig blijven, maar voorstanders van de maatregel zeggen vermoedelijk nergens dat zij dit willen: dat iedereen een smoothie zou moeten nemen als dit beter zou zijn voor de bruikbaarheid van de weg en dat je daarvoor kentekens zou mogen scannen.

Het standpunt was: mensen mogen best een aanbieding krijgen van een fiets als dit de bruikbaarheid van de weg ten goede komt (en hiervoor mogen gescande kentekens worden ingezet).

Sterker, door het woord smoothie te noemen, maakt ze van het standpunt van voorstanders een karikatuur. Maakt ze deze belachelijk. Hierbij lijkt het scannen van kentekens helemaal niet meer relevant te zijn.

Op de juiste manier doorvragen

Als je een stropop-redenering eenmaal hebt herkent, kun je verschillende soorten vragen stellen. Niet om de redenering van de ander meteen te weerleggen, maar om - op basis van nieuwsgierigheid en een open houding - met kritische vragen te verhelderen.

Hieronder vind je een vragenlijst met diverse vragen. Afhankelijk van de situatie kun je deze natuurlijk meer of minder open stellen.

1. Vragen om terug te gaan naar het echte standpunt / de daadwerkelijke argumentatie

  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Maar hier gaat het toch niet over, maar over in hoeverre het wenselijk is als kentekens van autorijders worden gescand met als doel deze autorijders een aanbieding te sturen van een fiets?
  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Dit heeft echter toch niets met het scannen van kentekens met camera's te maken om iemand een fiets-aanbieding te doen?

2. Bewijsvragen naar in hoeverre dat andere standpunt / argumentatie echt is ingebracht

Om de ander iets beter te laten merken dat hij of zij een drogreden heeft gegeven, kan dit een goede manier van vragen stellen zijn:
  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Kent u iemand die dit voorstelt?
  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Maar er is toch niemand die dit concreet voorstelt? 
  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Waar kan ik hier meer over lezen?

3. Expliciet vragen naar de drogreden die je hebt herkent

Je kunt natuurlijk ook met je vraag laten doorklinken dat je de drogreden van de ander hebt herkend en dit teruggeven. Zelf zou ik deze vorm van vragen stellen niet snel aanraden. De kans dat dit leidt tot een constructief gesprek wordt niet vergroot hiermee, is mijn ervaring. De vooronderstelling is namelijk dat jouw conclusie (dat het een drogreden) juist is. Maar bij deze:
  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Dit is toch wel wat vals?
  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Overdrijft u niet?
  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Maar dan valt u toch een standpunt aan dat niemand omarmt?
  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Dit is toch een wat vals argument?
 

4. Verhelderingsvragen naar de reden van de achterliggende motieven om een stropopdrogreden in te zetten

Het kan soms waardevol zijn om het waarom achter de karikatuur bespreekbaar te maken:
  • Ik beluister dat u, gezien uw smoothie-voorbeeld, bang bent dat we doorschieten. Is dat wat u dwarszit?
  • Ik beluister dat u, gezien uw smoothie-voorbeeld, bang bent dat we doorschieten. Zou u zich daar niet op moeten richten?
  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Is uw (grootste) bezwaar nu dat we doorschieten als het gaat om de bruikbaarheid van de weg of dat we kentekens scannen hiervoor? 

5. Vragen naar nuance met behulp van tegenvoorbeelden

  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Maar neem de diverse voorlichtingscampagnes: het gedrag van verkeersdeelnemers wordt toch dag-in-dag-uit door de overheid beïnvloed?
  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Maar het gedrag van verkeerdeelnemers wordt toch dag-in-dag-uit door de overheid beïnvloed? Ik denk bijvoorbeeld aan Rijkswaterstaat die met de borden boven de weg de snelheid bij aankomende files of ongelukken terugbrengt. U bent hier dan ook op tegen?

6. Vragen naar nuance met behulp van karikaturen als tegenvoorbeelden

Met overdreven tegenvoorbeelden kun je ook de ander met behulp van vragen aan het denken zetten:
  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Maar het gedrag van verkeersdeelnemers wordt toch dag-in-dag-uit door de overheid beïnvloed? Ik denk aan het feit dat de overheid ons verplicht een rijbewijs te halen. Dit raakt de veiligheid maar ook de bruikbaarheid van de weg. Wilt u het rijbewijs ook afschaffen?
  • U komt met het smoothie-voorbeeld. Maar het gedrag van verkeersdeelnemers wordt toch dag-in-dag-uit door de overheid beïnvloed? Ik denk aan het feit dat de overheid wegen met stoeppaden heeft aangelegd. Dit gaat natuurlijk over de bruikbaarheid van de weg: we willen geen wandelaars op wegen waar auto's rijden. Wil de VVD nu ook alle stoeppaden verwijderd zien worden?
Zelf ben ik nooit zo'n fan van de karikatuur-tegenvoorbeeld-vraag. Het leidt namelijk - zo is mijn ervaring - minder snel tot een goede discussie.
 

Tot slot

De vergelijking met doorrijden bij benzine-diefstal - die Visser maakt - is natuurlijk ook intrigerend. Hier lijkt Visser te zeggen dat het begrip niet zozeer te ruim wordt geïnterpreteerd maar dat het in sommige vallen juist te beperkt is ingevuld. Of dat niet enkel naar 'de bruikbaarheid van de weg' gekeken zou moeten worden maar ook naar andere zaken (veiligheid e.d.). Dit roept veel interessante vragen op maar die zal ik gezien het onderwerp hier laten rusten.

Hetzelfde geldt voor de discussie in hoeverre het opsturen van een aanbieding niet samengaat met een liberale levensvisie. In hoeverre staat het ontvangen van een aanbieding een eigen, autonome beslissing eigenlijk in de weg?
 
__________
 
[1] Zie bijvoorbeeld Van Eemeren, F.H., Rob Grootendorst (e.a.), in: Handboek Argumentatietheorie, Martinus Nijhoff uitgever, 1997, bladzijde 363