De kunst van het stellen van vragen en doorvragen
t

Suggestieve, leidende vragen (uitleg en voorbeelden)

Als een leidinggevende aan een medewerker vraagt “Waarom was je vanochtend te laat op je werk?” dan hoort de medewerker waarschijnlijk impliciet het volgende oordeel: je was té laat op je werk. Met op de achtergrond het morele oordeel: “en dat mag niet”. De medewerker zal waarschijnlijk op zijn hoede zijn en zich snel afvragen waarom de vraag zo wordt gesteld. Is het een open vraag of is het toch meer een vraag die gesteld wordt met als doel om ongenoegen te uiten? Sterker, om de medewerker indirect te laat toegeven dat hij té laat was?

De vraag van de leidinggevende is een zogenaamde leidende vraag. Dit soort vragen worden ook wel suggestieve vragen of sturende vragen genoemd. De vraag verhult reeds een oordeel. Als je deze vragen beantwoordt zonder de vraag ter discussie te stellen, omarm je impliciet een oordeel. Het tegenovergestelde van suggestieve vragen zijn waardevrije vragen. In tegenstelling tot een suggestieve vraag hoor je bij een waardevrije vraag niet reeds een suggestie van het antwoord doorklinken.

In het voorbeeld van de leidinggevende en de medewerker valt het suggestieve wel op. Het is niet ondenkbaar dat de medewerker niet met het oordeel eens is en (geïrriteerd) terugvraagt “Hoezo te laat? Ik was helemaal niet laat op mijn werk”. Door het oordeelvormende karakter zal de vraag van de leidinggevende namelijk snel als kritiek - in negatieve zin - worden beschouwd. Het is daarmee geen goede positief-kritische vraag.

Soms valt het suggestieve karakter van de vraag nauwelijks op.

Voorbeeld 1. Stel jij fietst op een fietspad, waar je gewoon mag fietsen. Een oud dametje dat hier loopt schreeuwt je toe: “Weet u wel dat u hier niet mag fietsen? [1]. Wat moet je dan antwoorden? Als je JA antwoordt dan beken je dat je fout zit (wat niet zo is). Als je met NEE antwoordt dan stem je indirect in met de bewering die in de vraag zit verscholen: je mag hier niet fietsen enkel jij wist dit niet. In beide gevallen omarm je meer of mindere mate het oordeel dat je hier niet mag fietsen. Het weergeven van de daadwerkelijke situatie, namelijk dat je wel op het fietspad mocht fietsen, is met deze vraag nauwelijks te beantwoorden.

Beroepsmatig tonen dergelijke leidende vragen een weinig kritische, bevooroordeelde houding. In bepaalde beroepenvelden is dit niet wenselijk. Helemaal als de uitkomst er toe doet. Dit is bijvoorbeeld het geval als de politie aan een verdachte vraagt: “Sla je je vrouw nog altijd?[2]. Wat zegt een ontkennend antwoord van een verdachte? Ik sla niet altijd maar soms dus wel? Of heb dit in het verleden dus wel gedaan? Wees trouwens niet direct te veroordelend richting beroepsbeoefenaren die suggestieve vragen stellen. Het is namelijk maar de vraag of de professional van diens vooroordelen en sturing bewust is [3]

Nog een tweetal voorbeelden. 

Voorbeeld 2. Neem de situatie dat een leidinggevende aan een medewerker die een dag afwezig was, vraagt: “Je wist toch wel dat je een vrije dag enkel na overleg mocht opnemen?”. Als de medewerker met nee antwoordt, lijkt hij iets belangrijks niet te weten; als hij met ja antwoordt dan geeft hij impliciet toe dat dat hij een vrije dag heeft opgenomen. Misschien was hij echter gewoon ziek?
Voorbeeld 3. Ook journalisten kunnen in hun vraag hun oordeel doorklinken. Neem de vraag: “U zult wel balen dat juist Gouda dit jaar een grimmig Sinterklaasfeest kreeg?” die werd gesteld aan de burgemeester van Gouda na de intocht van Sinterklaas in 2014. In de vraag lezen we duidelijk een oordeel van de journalist: de intocht was grimmig. Uit het interview blijkt uit alles dat de burgemeester dit niet zo zag [4].

Uit het bovenstaande moet je trouwens niet concluderen dat suggestieve vragen per definitie beroepsmatig slechte vragen zijn. Soms kan er ook goede reden zijn om suggestief te zijn. Met name in de zorg zie je dit duidelijk terug.  Zo kan een zorgverlener aan een dementerende oude man de vraag stellen: “U bent altijd schoonmaker geweest toch?” enkel met als doel om de man over zijn verleden te laten praten. Niet ondenkbaar is dat de zorgverlener het antwoord al vele malen heeft gehoord maar de vraag bewust stelt om de man een goed gevoel te geven of diens hersenen zo scherp mogelijk te houden. 

Dergelijke situaties (dus het bewust stellen van suggestieve vragen omdat dit waardevol is voor de beroepspraktijk) komen echter niet vaak voor. In de praktijk zie je daarom dat een suggestieve vraag al snel als negatieve kritiek wordt gezien. Dit is niet vreemd. Maar trek hieruit echter niet de conclusie dat een vragende, kritische houding per definitie hetzelfde als het uiten van kritiek. Een kritische houding kent namelijk een andere grondhouding. Wat deze houding is, lees je in de volgende bijdrage.

__________

[1]
Dit voorbeeld heb ik ontleend aan de filosoof Bas Haring. Terug te zien via: ISBW/Bas Haring, Vragen stellen, te raadplegen via https://www.youtube.com/watch?v=0UbItxKwHTA.

[2]
Voor een interessante indeling in vijf vormen van leidende of suggestieve vragen bij (politie)verhoren, zie Bockstaele, M. en P. Ponsaers (Red.), Evoluties in verhoortechnieken, Maklu-uitgevers, 2013, pagina 23.

[3]
Zo laat De Poot in haar proefschrift zien dat vragenstellers zich niet eens bewust zijn dat ze sturende vragen stellen. Sterker, neutraal vragen stellen zonder training is haast onmogelijk. Afhankelijk van het vooroordeel van de vragensteller signaleerde De Poot namelijk een voorkeur voor handelingwerkwoorden (“Waarom vertrouwde jij Piet dat toe?”) in plaats van toestandwerkwoorden (“Waarom vertrouwde jij Piet niet”). Het vooroordeel van de proefpersonen dat hierin doorklinkt, heeft gevolgen voor de vraagstelling en stuurt de uitkomst van de antwoorden en hiermee het gesprek. Zie De Poot, C., De sturende werking van het werkwoord in de vraag, proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 1996.

[4]
Simone van Zwienen / Algemeen Dagblad, Burgemeester Gouda: Intocht Sint was gezellig, ik ben trots, 17 november 2014, te raadplegen via http://www.ad.nl/ad/nl/33220/Sinterklaas/article/detail/3792069/2014/11/17/Burgemeester-Gouda-Intocht-Sint-was-gezellig-ik-ben-trots.dhtml

Meer over: ,