Weinig mensen stellen zich de vraag of hun arts wel deskundig is. Aangenomen wordt dat hij of zij een professional is. Als mensen zich wel de vraag stellen of hun arts goed is (en dat is dan meestal achteraf) dan hanteren ze vaak maar een beperkt aantal criteria. In deze bijdrage vind je de vragen die je in staat stellen om wel een beter oordeel te vormen over je arts.  En daarmee een beter oordeel te vormen over de kennis die je arts je aanreikt.

Eerste versie: 24 januari 2014
Laatste update vragen: 3 november 2019





De vraag: in hoeverre voldoet mijn arts?

Het is niet ondenkbaar dat je een keer een arts hebt bezocht, bijvoorbeeld je huisarts of je tandarts, waarbij je je achteraf de vraag hebt gesteld of je arts wel voldeed aan je verwachtingen. Je bezocht een arts, je hebt een advies gekregen of er is een medicijn voorgeschreven maar toch twijfel je. Je zag je arts een beetje wat opzoeken op thuisarts.nl; dat kan jij toch ook?

Waarom zou je het advies eigenlijk moeten opvolgen? Had je dit zelf niet kunnen bedenken? Heeft de arts voldoende expertise? In hoeverre is hij of zij wel echt een professional?

Meer algemeen: in hoeverre zou je arts wel een goede arts zijn?

Dit is natuurlijk een goede vraag. Als een arts bekwaam is dan kan dit immers een goede reden zijn (hooguit nog niet toereikend) om het advies op te volgen.

In de praktijk gaan toch twee zaken vaak mis.

Twee problemen

1. Patiënten stellen deze vraag niet

Om te beginnen stellen maar weinig mensen zich (vooraf) de vraag of hun arts deskundig is.

Zelfs niet als dit de vrije keuze voor een huisarts of tandarts betreft. In hun wijk is mevrouw X of meneer Y de arts, of zijn ze in hun wijk "overgeleverd" aan huisartsenpraktijk Z. Dus gaan ze hier maar naartoe. Misschien is er nog een intakegesprek maar dan houdt het wel op.

En in het ziekenhuis? Daar "wordt bepaald met wie je een afspraak hebt" of "De assistent zal het wel weten". Dus zal het wel goed zijn. Niet dus.

2. Patiënten stellen niet de juiste vervolgvragen

Als patiënten wel proberen vast te stellen of hun arts deskundig is, hanteren ze vaak maar een beperkt aantal criteria.

In de praktijk hoor ik vaak de volgende twee vragen:
  1. Is mijn arts empathisch: staat mijn arts open voor mij en mijn emoties?
  2. Had mijn arts tijd voor mij: kreeg ik genoeg ruimte om mijn verhaal te vertellen, was er genoeg ruimte voor onderzoek en/of voor het bespreken van de diagnose?

Herkenbaar?

Het probleem van deze twee criteria is dat ze lang niet alles zeggen over de kwaliteit van je arts.

Een arts kan zeer invoelend zijn en veel tijd voor je nemen maar desondanks toch de verkeerde diagnoses stellen. Meer algemeen als arts niet competent zijn. Nu heeft onderzoek laten zien dat er wel een klein verband bestaat tussen deze items (tijd / empathisch zijn → juiste diagnose) maar toch zou je eigenlijk op veel meer zaken kunnen en moeten letten om vast te stellen of je arts voldoet.

De oplossing: de positief-kritische, onderzoekende patiënt

Een positief-kritisch patiënt kijkt verder en onderzoekt in hoeverre het goed zit.

Hiertoe moet je natuurlijk vragen stellen. Niet om de arts te bekritiseren - in negatieve zin - maar enkel om te onderzoeken wat de kwaliteiten en beperkingen zijn van de arts. Dit raakt namelijk direct de kwaliteit van de adviezen.

Vraagschema: de deskundigheid van een arts onderzoeken

Dus heb je binnenkort een intakegesprek of moet je een bezoek brengen aan een arts? Of zoek je online naar informatie? Stel dan de volgende kritische vragen (met tussen haakjes enkel smalltalk-zinnen om de vaak lastige vragen in te leiden):
 
  1. Hoe lang bent u eigenlijk al arts? (Heeft u eigenlijk al lang deze praktijk? Heeft u altijd hier gewerkt?)
  2. Heeft u recent nog opleiding genoten? (bijscholing / nascholing) (Ik heb altijd veel bewondering voor artsen ... u moet bijvoorbeeld vast veel opleidingen en cursussen volgen ... )
  3. Houdt u vakliteratuur bij? Welke abonnementen heeft u? (Ik zag in de spreekkamer veel tijdschriften liggen ... leest u dit allemaal? / Ik zag in de spreekkamer weinig vaktijdschriften liggen... doet u dat eigenlijk bewust ... )
  4. Hoeveel patiënten heeft u? (Het was erg lastig een afspraak met u te maken... u heeft vast veel patiënten? En onder veel verstaat u ...)
  5. Bespreekt u gevallen met collega's? Doet u aan intervisie? (Uw vak lijkt me soms best wel lastig, doet u eigenlijk aan intervisie ...)
  6. Bent u vaker in aanraking gekomen met deze aandoening of deze symptomen? Bent u specialist? Waaruit blijkt dit?
  7. Heeft u onderzoek gedaan (naar deze aandoening) / bent u gepromoveerd? Heeft u gepubliceerd? Zijn er tijdschriften waarin ik artikelen van u kan vinden? (Het verbaast mij altijd hoe druk het is in de spreekkamer; komt u eigenlijk nog wel toe aan bijvoorbeeld het zelf schrijven van artikelen?)
  8. Hoe staat u tegenover alternatieve geneeskunde?
  9. Heeft u verplichtingen naar of afspraken met derden, bijvoorbeeld met farmaceutische bedrijven, of heeft u andere belangen die u beroepsuitoefening raken? (Heeft u als arts nu eigenlijk veel te maken met farmaceutische bedrijven die zich opdringen? Ik lees hier wel eens over ...)
  10. Als ik een second-opinion zou willen vragen, hoe kijkt u daar tegenaan? Heeft u daar vaak mee te maken? Waar blijkt dit uit?
  11. Heeft u in het verleden wel eens te maken gehad met patiënten die een klacht hebben ingediend? (Uw beroep lijkt me best wel lastig ... patiënten die veeleisend zijn en om niets waarschijnlijk al klagen ... heeft u daar eigenlijk wel eens me te maken gehad? Kan ik eigenlijk als patiënt, zonder meteen aan u te twijfelen, dit eigenlijk ook ergens vinden?)

Moet je alle vragen stellen?

Ik ben me ervan bewust dat veel van deze vragen niet makkelijk te stellen zijn.

Hiervoor zijn meerdere redenen:
  • Sommige artsen zullen de vragen helaas zien als een motie van wantrouwen. Er zijn artsen - en gelukkig steeds minder - die moeite hebben met mondige patiënten. Dit bleek uit dit onderzoek van het Rathenau-instituut
  • Ook kan de tijd ontbreken voor een uitgebreide bespreking. Een arts heeft maar een beperkte tijd om met je te spreken tijdens een spreekuur.
  • Bijkomend probleem is dat switchen van arts soms geen optie is. Bijvoorbeeld omdat de afstand anders niet te overzien is.
  • Tot slot zul je ook nog eens niet in je beste doen zijn. Als je ziek bent, heb je vaak minder zin om uit te zoeken in hoeverre je arts deskundig is. Een bezoek aan een arts geeft vaak al een zekere spanning an sich met zich mee.

Ik hoop echter dat ik met de smalltalk-zinnen enigszins aan dit probleem tegemoet kom.

Je kunt en moet sowieso niet alle vragen stellen.

Helemaal niet als je ook nog doorvraagt (wat bedoelt u met 'veel'? ... wat bedoelt u met 'recent'?).

Daarnaast: een blik in de spreekkamer of kamer van de arts leert je vast reeds veel.

Ga eens niet de (figuurlijke) Privé, Metro of Telegraaf lezen maar onderzoek! Liggen er vaktijdschriften? Kun je ergens uit afleiden of je arts fulltime werkt? Onderzoek doet of bijhoudt? Misschien kan de doktersassistente al enkele vragen beantwoorden? Kun je tijdens het wachten niet online gaan en iets vinden over je arts? Et cetera.

Mijn ervaring is tot slot dat als je bij je arts aangeeft dat je onzeker bent met wat gaat komen én dat je daarom je graag eerst een beeld wilt vormen van je gesprekspartner, dat artsen je vaak wel de ruimte geven enkele vragen te stellen. Wees hierin niet te passief (en zoek het juiste evenwicht).

Aanvullingen, verbeteringen? Welkom! (bijvoorbeeld via mail of @vraagzin).