De kunst van het stellen van vragen en doorvragen
t

Het stellen van verhelderingsvragen

Volgens sommige auteurs leven we in een (doorgeschoten) meningencultuur. Met name de komst van internet heeft ertoe geleid dat we steeds meer geneigd zijn om zo snel mogelijk ergens een oordeel over te vormen en te geven. We mogen reageren op weblogs, opiniesites, krantensites, tijdens vergaderingen, e.d. en verwachten op z'n minst de mogelijkheid om berichten te liken. Maar soms kun je beter proberen eerst de ander te begrijpen om dan pas te gaan oordelen. Een bijdrage over verhelderingsvragen.
(laatste update 16-12-2017)


De kunst van het stellen van vragen en doorvragen


Het probleem: we oordelen er wat van af (en vaak te snel)

Of het wel of niet zo is dat we in een doorgeschoten meningencultuur leven, sommige mensen lijken zich inderdaad niet meer de mogelijkheid of tijd te gunnen om een mening van een ander even rustig te bevragen of te overdenken. Zelden zie je in een reactie staan: "Goh, ik begrijp het niet; zou dit of dat toegelicht kunnen worden?". Of: "Interessante standpunt, moet ik eens over nadenken; hier kom ik op terug." In de beroepspraktijk is het niet anders. Niet direct een oordeel hebben, wordt vaak als vreemd ervaren.

Deze meningsgerichtheid kan echter wel tot gevolg hebben dat je door te snel te reageren allerlei denkfouten maakt dan wel dat je een mening hebt over een betoog dat heel anders bedoeld was. Dit geldt ook als we over het handelen van professionals zelf oordelen.


Drie politie-voorbeelden waarbij te snel werd geoordeeld

Op 11 februari 2015 berichtte RTV Noord over drie politiewagens die een gevaarlijke straatrace hielden op de N361 tussen Dokkum en Lauwersoog. Dit werd gefilmd door een auto die achter ze reed [1]. Bij de opname werden geen vragen gesteld; door de beweringen van de filmer te plaatsen, werden de agenten duidelijk in een kwaad daglicht gezet. Later op de dag bleek echter dat het hier om een basis-rijopleiding voor agenten betrof. De agenten reden met opzet te hard. Nu kan nog steeds erover gediscussieerd worden of een dergelijke rijopleiding op deze manier moet plaatsvinden maar de extra informatie maakte in ieder geval het oorspronkelijke oordeel niet juist. 
In december 2014 oordeelde de rechtbank Oost-Brabant dat een agent een proces-verbaal in strijd met de waarheid hadden opgesteld. Daarnaast hadden deze agent diverse vooringenomen vragen gesteld aan de verdachte. Dit samen maakte dat kon worden gesproken van een ernstige inbreuk op beginselen van een behoorlijke procesorde, zo oordeelde de rechtbank. De rechtbank stelde terecht eerst vragen bij het aangedragen bewijs en oordeelde niet te snel dat het proces-verbaal wel juist zou zijn [2]. De vragende houding past natuurlijk per definitie de rechter [3].
Op 10 december 2014 troffen politieagenten in ’s-Heerenberg een briefje onder de ruitenwisser van hun auto aan. De schrijver was niet te spreken over de manier waarop de politieauto was geparkeerd. Wat deze persoon waarschijnlijk niet wist, was dat de agenten bezig waren met een reanimatie in een woning. Een zaak waarbij elke seconde telt. De politie had een melding ontvangen, dat een vrouw thuis onwel was geworden. De agenten werden met spoed ter plaatsen gevraagd en de ambulance was onderweg. De politieagenten kwamen als eerste met een AED bij de woning aan en reanimeerden de vrouw totdat het ambulancepersoneel dit overnam. Ondanks de inspanningen van de hulpverleners kwam de vrouw te overlijden. Toen de agenten na het verlenen van de noodhulp weer bij hun auto aankwamen, troffen zij onder de ruitenwisser het briefje aan. De schrijver leverde in het briefje commentaar op de manier waarop de auto in de straat geparkeerd stond. De politie - overvallen door dit briefje - bracht dit briefje in het nieuws en vroeg hierbij om begrip wanneer er met spoed (al dan niet met zwaailicht en sirene) moest worden gehandeld. Ook als dit tot gevolg had - zoals in dit geval - dat een politieauto kennelijk wat ‘onhandig’ geparkeerd wordt. Oordeel niet te snel maar stel eerst de vraag wat er aan de hand is.

Vraagtip #1 Stel je oordeel uit en stel eerst verhelderingsvragen (inderdaad wees nieuwsgierig naar de ander)

Om te voorkomen dat je te snel oordeelt over anderen en de oordelen van anderen, doe je er verstandig aan eerst verhelderingsvragen te stellen. Je probeert dan een standpunt en redenering van iemand anders - bijvoorbeeld tijdens een vergadering - eerst helder te krijgen door deze te ANALYSEREN en hierop te bevragen (snap ik de ander?). En dus niet meteen te EVALUEREN (ben ik het er mee eens?).

Wat je doet, is dus proberen het oordeel eerst te doorgronden; te begrijpen: helder te krijgen wat er speelt en waarom iemand iets vindt wat hij of zij vindt (en hier waarschijnlijk naar handelt of wil handelen).

Welke verhelderingsvragen je concreet (bij een oordeel) kunt stellen, lees je in deze bijdrage (inclusief voorbeelden).

Vraagtip #2 Denk niet te snel dat het stellen van verhelderingsvragen makkelijk is: oefen, oefen, oefen

Garandeert het stellen van verhelderingsvragen voor 100% dat je niet te snel (voor)oordeelt? Dat je dus niet te snel gaat evalueren? Natuurlijk niet. Maar het lijkt wel de enige manier te zijn om een te snelle oordeelsvorming te kunnen afwenden.

En dit vraagt om oefening! De kunst van het stellen van verhelderingsvragen is namelijk iets wat je je eigen moet maken (ons gaat het ook nog vaak genoeg mis). Snel denken, snel oordelen is waar we mensen "goed" in zijn. Langzaam denken, eerst vragen stellen, is wat we van nature niet gewend zijn [4].

Om het stellen van verhelderingsvragen je eigen te maken, hebben we de volgende tips (en aanvulling welkom):
 
  • Versterk je nieuwsgierigheid (en het stemmetje in je hoofd dat hier uiting aan geeft). Als je een mening leest, probeer dan steeds eerst jezelf expliciet een van de volgende vragen te stellen (en je bent natuurlijk af als je wel direct een mening geeft ­čśÇ):

    • Is het me duidelijk wat en waarom de ander dit nu echt vindt?
    • Snap ik hem of haar eigenlijk wel?
    • Wat zal de ander precies bedoelen met wat hij of zij zegt?
    • Weet ik alles of weet de ander iets wat ik niet weet?
    • Zullen dit alle redenen zijn of zal er nog meer spelen?
    • Waarom doet of zeg iemand dat eigenlijk?
    • Zal de ander nog iets niet genoemd hebben?
    • Waar komt de mening van de ander precies vandaan?
    • Stel ik zou wat de ander zegt in eigen woorden moeten uitdrukken, zou ik zijn mening precies kunnen verwoorden?
    • In hoeverre sta ik oprecht open voor wat de ander zegt?
    • ...
     
  • Oefen online. Ga op internet op zoek naar sites waar je veel meningen zult vinden (op Telegraaf, Facebook, Twitter, LinkedIn, GeenStijl, TPO, et cetera) en geef eens niet je mening over een onderwerp maar stel enkel verhelderingsvragen aan andere reageerders.
  • Oefen tijdens vergaderingen. Stel jezelf tot doel eens de hele vergadering niet je mening te geven maar enkel verhelderingsvragen te stellen.
  • Analyseer eens expliciet een betoog of redenering op basis van de H in de HART-vraagmethode. Werk dit een aantal keer op papier uit. Dit lijkt een omslachtige manier om tot goede vragen te komen, maar het is onze ervaring dat dit op de lange termijn je zeker zal helpen (en je deze stappen sneller zal zetten).
 
Hopelijk helpen deze tips je al. En ga je oefenen. En heb je aanvullende tips, laat het ons dan weten! Omdat de laatste tip in de praktijk het lastigste is om concreet te maken (het stellen van vragen op basis van de HART-methode), zullen we deze bijdrage eindigen met een voorbeelduitwerking. 


Over de kunst van het stellen van vragen en doorvragen


Verdieping: hoe je betere verhelderingsvragen kunt stellen met de H in de HART-vraagmethode

De vraagtheorie in het kort

Een methode om dus op een meer systematische wijze een betoog helder te krijgen, is door gebruik te maken de vragen uit de HART-methode. De H in dit model staat voor HELDERHEID. De eerste  basisvragen (en zie dit eBook voor meer) slaan derhalve op het helder krijgen van wat betoogd wordt.

Dit betreffen de volgende basisvragen (en zie hier voor een algemene toelichting):

  1. Wat is precies het standpunt dat de ander inneemt?
  2. Welke argumenten / redenen worden gegeven voor het standpunt?
  3. Wat wordt beweerd ter onderbouwing van het standpunt?
  4. Wat wordt bedoeld met wat wordt beweerd?
  5. Wat wordt niet gezegd maar waarschijnlijk geïmpliceerd (verzwegen)?
  6. Welke opbouw herken je in de argumentatie?

Uitwerking van deze basisvragen levert vervolgens weer nieuwe vervolgvragen op. Verhelderingsvragen die je kunt stellen aan de ander. Om de ander goed te begrijpen.

Vragen stellen bij de opinie: "Namen van verdachten publiceren is luie journalistiek"

Ik zal een voorbeeld geven van hoe deze vragen je kunnen helpen bij het analyseren van en het verder bevragen van een betoog. Ik heb hiertoe een opinie van Hans Laroes uit de Volkskrant gekozen: 'Namen van verdachten publiceren is luie journalistiek, Frank'. Deze opinie lijkt vrij duidelijk maar een nadere beschouwing leert ons dat het betoog toch nog wel wat vragen oproept (en dan zijn we nog niet eens bezig met het evalueren van zijn opinie).

De meest gedegen aanpak volgens de HART-methode om deze zes vragen te beantwoorden, is door het maken van een argumentatiestructuur.

Nu werk je in de praktijk zelden een dergelijke structuur zo uitgebreid uit als ik hieronder zal doen maar het oefenen in het maken van argumentatiestructuren helpt je wel bij het oefenen in het stellen van deze zes vragen aan een beroepsbeoefenaar. En bij het stellen van de juiste kritische vervolgvragen die hieruit volgen. Een belangrijk onderdeel hierbij is dat je kunt achterhalen welke niet-relevante informatie je kunt wegstrepen.

De argumentatiestructuur van het betoog van Laroes is als volgt (waarbij ik als voorbeeld van twee argumenten een verzwegen element expliciet heb gemaakt - in antwoord op de vierde vraag - namelijk van argument 1 en 3). 

Vraag 1: Wat is het standpunt?
Namen van verdachten moeten niet gepubliceerd worden door journalisten.

Vraag 2-6 Welke argumenten worden aangedragen en hoe moet je deze lezen? Wat is hierbij verzwegen?
1. want tenzij het relevant is, is het is luie journalistiek
(verzwegen: 1b als het luie journalistiek is dan moet dit voor een journalist voldoende reden zijn om namen van verdachten, tenzij relevant, niet te publiceren. Meer in het algemeen: een journalist mag niet aan luie journalistiek doen. (extra, de vraag die je later gaat stellen, is natuurlijk of je dit kunt aanvaarden.)

1.1a want er wordt niet dieper gegraven
1.1b terwijl het juist gaat om verdieping
1.1b.1 want enkel dan kunnen we de werkelijkheid verklaren, helpen begrijpen, het hoe, het waarom, … (de vijfde alinea)
1.1c (en) shaming is de taak van de rechter  

2a. er is een risico van een volksgericht
2a.1 want mensen bedreigen en verwensen anderen
2b en dat is niet wenselijk voor de journalistiek
2b.1 want daarin verliezen mensen hun vertrouwen

3. er is een risico van een volksgericht op de verkeerde mensen
(verzwegen 3b. als er een risico is van een volksgericht op de verkeerde mensen dan moet dit voldoende reden zijn voor journalisten om niet de namen van verdachten te publiceren).

Van deze analyse naar concrete verhelderingsvragen aan Laroes

Ik heb bewust voor dit betoog gekozen omdat het een niet zo´n groot betoog betreft en met het betoog al prima kan worden getoond hoe deze vijf basisverhelderingsvragen concrete vervolg-verhelderingsvragen oproepen.

Voorbeelden van concrete vervolg verhelderingsvragen:
  • Klopt het dat het hoofdstandpunt van Laroes is dat namen van verdachten niet gepubliceerd moeten worden door journalisten? (waarschijnlijk wel).
  • Klopt het dat Laroes uiteindelijk drie hoofdargumenten voor zijn standpunt aandraagt? (waarschijnlijk wel)
  • Staan deze drie argumenten - zoals hierboven weergegeven - inderdaad los van elkaar of moeten ze samen worden gelezen?
  • Hoe moet het argument “dat de verkeerde mensen soms worden bedreigd” (het voorbeeld van Tom) nu worden gelezen? Staat dit los van het argument dat er een risico is van een volksgericht? Dus dat er een risico is van een volksgericht ├ęn dat dit volksgericht ook nog eens gericht kan zijn op de verkeerde persoon? Of staat het gericht-zijn-op-de-verkeerde-persoon los van volksgericht-zijn? Zijn dit dan vervolgens meerdere, losse argumenten of is het meer bedoeld als een argument a fortiori? De vierde alinea is hierin niet duidelijk.
  • De auteur geeft aan zijn vertrouwen te verliezen in journalisten die meewerken aan volksgerichten (die meehelpen aan ‘kruisigt hem’). Is dit nu een argument dat meegenomen moet worden? En waarom komt de schrijver hier zo laat mee? Gezien de achtergrond van de auteur lijkt het toch als argument bedoeld te zijn (daarom maar als onderdeel van 2b.1 gezet maar we moeten de auteur hier eigenlijk op bevragen).
  • Omarmt Laroes inderdaad de verzwegen elementen zoals ik ze hierboven heb beschreven? Bijvoorbeeld dat "als er een risico is van een volksgericht op de verkeerde mensen dat dit voldoende reden moet zijn voor journalisten om niet de namen van verdachten te publiceren". Indien dit niet het geval is, dan zou dit zijn eigen betoog ondermijnen.
  • Heeft hij nog meer onderbouwing voor zijn beweringen? Niet alles wordt onderbouwd.
    • Waarom zou shaming bijvoorbeeld enkel een taak zijn voor de rechter (in de vorm van een oordeel)? Hij lijkt geen argument hiervoor te geven.
    • En waarom hebben people a right to know? Ik mis onderbouwing.
    • De verzwegen vooronderstelling is vervolgens dat het aan de journalistiek is om aan dit recht inhoud te geven. Maar is dit niet eerder een taak van de overheid? Waarop is verzwegen idee gebaseerd. Ik begrijp het nog niet helemaal.
    • Et cetera...
 
Vragen te over voordat je het betoog omarmt dan wel verwerpt!

Tot slot

Ik kan me voorstellen dat deze voorbeelduitwerking lastig te volgen is (dit vraagt om een grondige analyse van de opinie van Laroes). We spreken echter niet voor niets over de kunst van vragen stellen.  Het verstaan van deze kunst vraagt om oefening net als het leren van een taal of het oplossen van wiskundige problemen (vandaar onze gastlessen).

Maar hopelijk zie je wel in dat om vast te stellen in hoeverre je het met Laroes eens bent, je eerst moet proberen zijn betoog te begrijpen. Pas dan kunnen we ons over de inhoud van het betoog een mening vormen. Anders vorm je je een mening over een oordeel dat iemand niet heeft. Dit is wat onzinnig toch? [5]
 
__________

[1]
Zie hiertoe ook het voorwoord van het eBook "De kunst van vragen stellen in de beroepspraktijk, Informatievaardigheden voor de 21e eeuw" en dan met name de woorden van Kahneman (noot 4). Door expliciet een analysestap in je denken op te nemen voorkom je - in termen van Kahneman - dat je te snel, bijna automatisch, op basis van systeem 1 handelt en niet op basis van het meer rationelere systeem 2. Zie Kahneman, D., Ons feilbare denken, Uitgeverij Business Contact, 2011.

[2]
Zie RTV Noord, "Agenten houden gevaarlijke straatrace op N361". Later op de dag werd n.a.v. commentaar van de politie het artikel en de titel aangepast. Misschien logisch;  waarheidsliefde is immers volgens veel auteurs een belangrijke kernwaarde voor journalisten. Dit past een journalistiek goede titel en een inhoud die correct is. Dat het toch nog soms misgaat, blijkt echter uit de rapporten van het Tow Center. Zie voor een eerste, maar uitgebreide toelichting NiemanLab, A new Tow Center report looks at how news outlets help spread (or debunk) false rumors online.

[3]
Zie ECLI:NL:RBOBR:2014:7475. Zie meer algemeen ook NRC, Strafrechtadvocaten: twijfels over juistheid processen-verbaal. De praktijk laat zien dat zelfs aangaande beroepsbeoefenaren die juist voor de betrouwbaarheid van kennis in moeten staan (bijvoorbeeld notarissen) een vragende houding verstandig kan zijn. Zie voor een voorbeeld NRCQ, Rechter: notaris Slotervaartziekenhuis was partijdig, 11 februari 2015.

[4]
Zie noot 1.
  
[5]
Iemand die begrip op deze manier vooropstelt, is bijvoorbeeld Louis Theroux. Maar zie bijvoorbeeld ook dit commentaar van NRC, Liever eerst vragen stellen, en dan pas belasting heffen, 8 januari 2017. 
 
Meer over: ,