De kunst van het stellen van goede vragen is misschien wel moeilijker dan sommige mensen denken. In deze tip lees je over een deelvaardigheid die om scherpte vraagt: ervoor zorgen dat de ander wel je vraag beantwoordt. Door je vraag op een bepaalde manier te formuleren, kun je dit in ieder geval bevorderen.

Eerste versie 30-06-2015
Geactualiseerd en herschreven 11-7-2020


Webblog over de kunst van het stellen van vragen

 
Twee meest voorkomende manieren om een vraag niet te beantwoorden
Met name in interviews met politici zie je dit gebeuren: een interviewer stelt een vraag en de politicus zegt dan van alles. Maar aan het eind van de rit is de vraag niet beantwoord. Maar ook in het dagelijks leven gebeurt dit - en dat zul je vast wel herkennen - vaak.

Een standaardvoorbeeld. Moeder tegen zoon: "Zo, jij was vroeg thuis gisteravond! Waar ben je geweest?" Zoon: "Ik was helemaal niet vroeg thuis. Hoe kom je daarbij ... het was zelfs laat ... (et cetera)."

Met name twee zaken kunnen de vragensteller parten spelen. Twee zaken waardoor hij een vraag niet beantwoord krijgt.

Ten eerste zie je soms dat de persoon die de vraag moet beantwoorden zich niet richt op de inhoud, maar op het proces.

Stel volgende vraag wordt gesteld aan een politicus: "Vindt u dat er meer geld beschikbaar moet worden gesteld duurzame energieprojecten?". Als deze vraag wordt beantwoord met "Dit is een goede vraag en ik denk dat we hier de komende weken zeker goed naar moeten kijken. Ik hecht er waarde aan dat we dit niet alleen doen, maar alle belanghebbenden hierbij betrekken" dan weet je nog niets. Althans, we weten nog steeds niet of de persoon vindt dat er meer geld beschikbaar gesteld moet worden.

Ik zal hier later nog uitgebreider op terugkomen.

Ten tweede zie je soms dat de persoon aan wie een vraag is gesteld niet ingaat op de vraag maar alleen reageert op de inleidende woorden van de vraag. Dit zag je bijvoorbeeld bij de vraag hierboven van de moeder tegen de zoon. Je ziet in dit voorbeeld dat een inleidende bewering (jij was vroeg thuis gisteravond) direct wordt becommentarieerd, terwijl de vraag zelf niet meer wordt beantwoord.

In beide scenario's geldt: afhankelijk van hoe het gesprek zich ontwikkelt, wordt het antwoord zelfs nooit gegeven.

Een voorbeeld uit de politieke praktijk
Het niet ingaan op de vraag is een veel voorkomend probleem. Zeker als de inleidende bewering uitnodigend is om van commentaar te voorzien en/of de vraag zelf een lastige vraag is. Met name politici hebben hier dus een handje van (worden ze hierin getraind?).

Een voorbeeld.

Een aantal jaren geleden interviewde Jaap Jansen Alexander Pechtold voor BNR (eerder nog hier terug te luisteren, maar nu helaas niet meer). Jaap Jansen is politiek verslaggever en commentator bij deze zender en interviewde Pechtold over de gesprekken die mogelijk zouden plaatsvinden over het nieuwe belastingpakket. Het nieuws was dat D66 had besloten om toch bij deze gesprekken aan te schuiven

Tijdens het interview stelt Jansen een inhoudelijk vraag (transcript, vanaf 2:15):

Jansen: "Het kabinet denkt 35.000 tot 60.000 banen te kunnen creëren. U wil liever richting 100.000. Hoe doet u dat?"
Pechtold: "Het kabinet komt niet verder dan 30, 35.000 want dat is precies wat er in het eerste pakket zit. Het tweede en derde pakket, voor de kenners van al die pakketten, zijn eigenlijk al vorige week gesneuveld dus daarmee is met name op het punt van de banen, de werkgelegenheid, het pakket teruggebracht tot nauwelijks ambitie."
Jansen: "U gaat vooral luisteren en vanavond staan bij de deur van financiën en dan is het weer ja of nee D66."
Pechtold: "En ook de anderen. D66 is vanaf het lente-akkoord ..."

Je ziet dat Pechtold bij de eerste vraag niet op de vraag ingaat maar enkel de inleidende bewering van commentaar voorziet. De vraag zelf (hoe denkt D66 100.000 banen te kunnen creëren?) wordt direct niet beantwoord. Als je de vervolgvraag vervolgens ziet, dan lijkt Pechtold weg te komen met enkel een uitspraak over de inleiding van de vraag.  De luisteraar komt het antwoord niet te weten?

Wat moet je doen om je vraag wel beantwoord te krijgen?
Als iemand niet de vraag beantwoord heeft, dan heb je als vragensteller grofweg twee opties.

  1. Ten eerste kun je de vraag natuurlijk herhalen. Dit kan in andere bewoordingen maar vaker is het beter om letterlijk dezelfde vraag nog een keer te stellen. Deze herhaling maakt dat de geïnterviewde zal begrijpen dat de vraag ertoe doet: "Ik begrijp dat u ... maar mijn vraag blijft ..." of "Ok, maar nogmaals mijn vraag: ...".
  2. Ten tweede kan je als vragensteller doorgaan op de weg die de geïnterviewde is ingeslagen. Dit kan echter betekenen dat het oorspronkelijke onderwerp uit het beeld geraakt. Deze optie moet je vooral kiezen als je (a) geen antwoord verwacht op de vraag, of (b) indirect de vraag wel is beantwoord, of (c) het nieuwe onderwerp interessanter is.

Jansen gaat in bovenstaand voorbeeld duidelijk voor scenario 2. Hij komt met een vervolgvraag maar deze is duidelijk geen herhaling van de eerste vraag. Op basis van de constatering dat Pechtold de vraag niet beantwoordt, concludeert Jansen dat Pechtold (dus) 'vooral gaat luisteren'. Dit zien we terug in de tweede vraag.

Maar het begint met het stellen van een goede vraag
Het is natuurlijk nog beter om te voorkomen dat de ander de vraag niet beantwoordt. Met name als je vermoedt dat de ander niet je vraag die jij stelt wil beantwoorden. Denk aan een kind dat iets heeft gedaan wat niet mocht, of een leerling die geen zin heeft of wat aan het puberen is, of als je te maken hebt met een politicus, collega of leidinggevende die zich niet durft uit te spreken.

Omdat je op deze site veel meer informatie kunt vinden over het stellen van goede vragen, geef ik je de belangrijkste tips.
1. De beste, maar ook lastigste oplossing: leidt de vraag niet in! Geef geen context e.d. Dit lijkt voor de hand te liggen maar veel mensen hebben hier moeite mee. Dit zie je met name terug in vergaderingen. Iemand wil een vraag stellen maar voordat de vraag wordt gesteld wordt eerst iets herhaald of een mening gegeven. Stel jezelf de vraag of dit nodig is.
 
Dit voorkomt ook het bijkomend probleem dat door het geven informatie (en helemaal je mening) de ander het idee krijgt dat je helemaal niet geïnteresseerd bent in het antwoord. Onder andere Edgar H. Schein benadrukt dit terecht in zijn boek Bescheiden vragen, de kunst vragen in plaats van opdragen.

2. Je kunt ook het belang van de vraag benoemen door zelf al een antwoord te geven: een antwoord dat duidelijk fout is of een antwoord dat juist erg voor de hand ligt. De ander dwing je hiermee om met een beter antwoord te komen. Een voorbeeld: "Veel mensen denken dat x te maken heeft met y maar wat is uw visie op ...?
 
3. Benoem eerst de deskundigheid of de autoriteit van de ander en stel vervolgens dat iemand zoals hij of zij wel een antwoord moet hebben op de vraag. Door zo hoog in te zetten, zal de ander niet genegen zijn om geen antwoord te geven. Daarmee wekt de ander immers de indruk misschien geen expert te zijn. Een voorbeeld: "U hebt in vele commissies gezeten als expert aangaande [onderwerp] en ook heeft u veel gepubliceerd over dit onderwerp. Iemand als u moet wel een antwoord hebben op de vraag: ...?" 

4. Een vierde mogelijkheid is het belang - voor de aanwezigen, voor de kijkers of bijvoorbeeld voor jou - van een antwoord op de vraag te benadrukken. De ander zal eerder de vraag beantwoorden want het belang van een ander wil je niet snel snel terzijde schuiven. "Alle leden van de vereniging hebben er baat bij om te weten hoe het ervoor staat met x; vandaar mijn vraag of ...?"

5. De laatste optie lijkt op vierde optie - is in de kern hetzelfde - maar toch is het waardevol om deze nog even apart te benadrukken. In plaats van het belang van een antwoord voor iemand anders of het belang voor jou te benadrukken, geef je aan waarom een antwoord op de vraag belangrijk is voor de persoon zelf. Een voorbeeld: "Er bestaan veel verhalen over uw handelen inzake x. Dit is het moment voor u om duidelijkheid te verschaffen. Wat is er precies gebeurd op die ene dinsdag in oktober?"

Samenvattend
Zie ertoe dat anderen je vraag beantwoorden. Dit vraagt om oplettendheid. Dat de ander niet ingaat op het proces of op de andere (inleidende) beweringen die gedaan zijn bij het stellen van de vraag. Met een aantal betere vragen kun je dit tijdens het stellen (in meer of mindere mate) voorkomen.