De kunst van het stellen van vragen en doorvragen
t

In hoeverre wijzen argumentatieve indicatoren op standpunt(en) en argumentatie?

Om vast te stellen of je te maken hebt met oordelen of om oordelen en oordeelsvorming te bevragen (bijvoorbeeld hoe het oordeel / standpunt onderbouwd wordt) kan het helpen om op zoek te gaan naar argumentatieve indicatoren. Dit zijn woorden die je laten zien dat en hoe iemand redeneert of betoogt. Een argumentatieve indicator geeft letterlijk "een indicatie af dat er geargumenteerd wordt". Het is een indicatie dus helemaal zeker is het nog niet. Maar als je een argumentatieve indicator ziet, is er wel een grote kans dat er sprake is van een standpunt dat is ingenomen en dat argumentatie wordt gegeven [1].

De bekendste indicatoren zijn waarschijnlijk de woorden 'want' en 'dus'. Iemand vindt iets, want … en dan volgt het argument. De tegenhanger van want is dus. Eerst komt een argument en vervolgens het standpunt.

Voorbeeld
Want: Jan heeft vast veel zwemervaring want hij sprong zo in het water.
Dus: Jan sprong zo in het water, dus hij heeft vast veel zwemervaring.

Argumentatieve indicatoren in mondelinge betogen
In schriftelijke betogen en redeneringen is het vaak niet lastig om de argumentatieve indicatoren te vinden. Ze worden vaak expliciet verwoord. Indien iemand een oordeel mondeling uitspreekt, kan dit lastiger zijn. Bij mondelinge betogen kan namelijk ook door een bepaalde manier van spreken - intonatie - in combinatie met de context duidelijk worden gemaakt dat en hoe geargumenteerd wordt. De indicatoren worden dan niet expliciet uitgesproken.

Voorbeeld
Als iemand laat op een feestje zegt: “Het is tijd om te gaan. Ik moet morgen vroeg op.” dan zal dit anders worden ge├»nterpreteerd dan wanneer iemand dit overdag uitspreekt op een booreiland in de wetenschap dat de volgende dag een helikopter zal komen om mensen naar het vaste land te brengen. Het argument in het eerste geval is “Ik moet morgen vroeg op” bij het standpunt “Het is tijd om te gaan”. Met andere woorden, onze feestganger zegt: “Het is tijd om te gaan want ik moet morgen vroeg op.” In het tweede geval is het argument waarschijnlijk “Het is tijd om te gaan” bij het standpunt “Ik moet morgen vroeg op” Met andere woorden, de man op het boordeiland zal bedoelen “Ik moet morgen vroeg op want het is tijd om te gaan.”

Overzicht argumentatieve indicatoren
Dit zijn de meest voorkomende argumentatieve indicatoren:

Argumentatieve indicatoren
Een argument volgt op:
Een standpunt volgt op:
want …
dus …
omdat …
ergo …
aangezien …
concluderend dat …
overwegende dat …
zijn we van oordeel dat …
vanwege …
adviseer ik om …
zodat …
besluiten we dat …
 
Hieronder vind je van deze indicatoren nog meer voorbeelden aangevuld met nog enkele andere indicatoren. Maar let op: als je een bepaald woord of bepaalde woorden ziet, wil dit niet per definitie zeggen dat je met een redenering hebt te maken. Het geeft je wel een belangrijke indicatie.

Voorbeelden
Een argument volgt op meestal op:
  • aangezien ("Ik stem op Jansen aangezien hij betrouwbaar overkomt.") 
  • daar ("Ik stem op Jansen daar hij betrouwbaar overkomt.") 
  • immers ("Ik stem op Jansen. Hij komt immers betrouwbaar over.") 
  • namelijk ("Ik stem op Jansen. Hij komt namelijk betrouwbaar over.") 
  • omdat ("Ik stem op Jansen omdat hij betrouwbaar overkomt.") 
  • om ("Om er zeker van te zijn dat enkel een betrouwbaar politicus aan de macht komt, zal ik op Jansen stemmen.") 
  • om reden dat / met de reden ("Ik stem op Jansen om reden dat hij betrouwbaar overkomt.") 
  • vanwege ("Ik stem op Jansen vanwege zijn betrouwbare voorkomen.")
  •  want ("Ik stem op Jansen want hij komt betrouwbaar over.")
  •  zodat ("Zodat ik er zeker van ben dat een betrouwbaar politicus aan de macht kom, zal ik op Jansen stemmen.")



Meestal volgt een standpunt op:
  • besluiten we (dat) ("Jansen komt betrouwbaar over. Ik besluit om op hem te stemmen.") 
  • bijgevolg ("Ik ben niet bevoegd van de vorderingen in de hoofdzaak en bijgevolg van de incidentele vordering kennis te nemen.")
  • concluderende dat / concluderen ("Ik concludeer dat Jansen een betrouwbaar politcus is.")
  • daardoor ("Ik was betrokken bij een ongeluk. Daardoor kon ik niet meer stemmen."). (Zie ook taaladvies voor het verschil tussen daarom en daardoor (klik hier). Sommige auteurs beschouwen deze zin geen argumentatie maar een verklaring.) 
  • daarom ("Jansen komt betrouwbaar over. Daarom stem ik op hem.") 
  • denken dat (sprake is van) ("Jansen komt betrouwbaar over. Ik denk dat ik op hem ga stemmen.")
  • derhalve ("Jansen komt betrouwbaar over. Derhalve lijkt hij mij geschikt om op te stemmen.") 
  • dientengevolge ("Jansen heeft jarenlang fraude gepleegd. Dientengevolge heb ik geen andere keus dan hem niet te vertrouwen.")
  • dus ("Jansen komt betrouwbaar over dus ik ga zeker op hem stemmen.") 
  • ergo ("Jansen komt betrouwbaar over. Ergo: ik stem op hem.")
  • oordelen wij / veroordelen (dat) ("Om bewezen is dat verdachte dit gedaan heeft, oordeelt de rechter dat hij schuldig is.") 
  • overtuigd zijn dat ("Ik ben ervan overtuigd dat Jansen betrouwbaar is. Hij is immers nog nooit met de politie in aanraking gekomen.")  
  • overwegende dat ("Overwegende dat hij betrouwbaar overkomt, zal ik zeker op hem stemmen.") 
  • stellen wij (dat) ("Ik durf te stellen dat hij betrouwbaar is. Hij is nooit met justitie in aanraking gekomen.")

Als het eenmaal duidelijk is wat het argument is en wat het standpunt kun je de argumenten verder bevragen. Om te beginnen door te onderzoeken wat er allemaal in de argumenten beweerd wordt. Binnen de argumentatieleer worden dit ook wel de premissen genoemd.  
 
__________

[1]
Omdat de indicatoren eigenlijk aangeven dat er geredeneerd wordt (en lees hier meer over de overeenkomst en het verschil tussen redeneren en argumenteren) zouden de indicatoren misschien eerder redenerende indicatoren moeten heten. Binnen de argumentatieleer / argumentatietheorie (misschien ook al niet volledig qua woord) wordt deze indicatoren echter argumentatieve indicatoren genoemd. 
 
Meer over: , ,