In de literatuur zijn best veel pleidooien te vinden van dat de mens vragen moet blijven stellen. Om nieuwsgierig te blijven. Om als mens je te blijven verwonderen. Niet alleen in non-fictie, maar ook in romans trouwens. Of lees je de overtuiging dat je nooit definitieve antwoorden zult vinden op de belangrijkste, meest essentiële levensvragen. Een mooi voorbeeld van het laatste vind je bij Jan Terlouw. Al geeft hij een waarde aan vragen en niet-definitieve antwoorden die anders is dan wat je bij andere auteurs ziet. Je kunt het als geruststellend zien.
 
 
Waarom vragen stellen?
 
 

Het belang van vragen stellen in de literatuur

Ben je een beetje bekend met onze site? Dan zul je de eerste zin hierboven (dat je in de literatuur veel pleidooien vindt dat de mens vragen moet blijven stellen) vast met een korreltje zout nemen. Ik zie je al denken: "kom op Vraagzin, wat bedoelen jullie hier precies mee? Wat is veel bijvoorbeeld? En klopt het eigenlijk wel?" Een prima reactie. Goede vragen.
 
Want terecht ben je kritisch. Want ook wij hebben het al eerder beschreven: als je iets belangrijk vindt of iets graag wilt, dan zie je het ook meer. Dan vind je het ook eerder. Zo werkt het vaak bij mensen. En dan maakt het niet uit trouwens of je nu laag- of hoogopgeleid bent. Het is niet voor niets een van de belangrijkste menselijke tekortkomingen die kan leiden tot tunnelvisie.
 
Voorbeelden. Overweeg je om een bepaalde auto te kopen, dan is de kans groter dat je deze ook in het dagelijkse verkeer zult waarnemen. Of neem bureaus die van gemeenten de opdracht krijgen om bijstandsfraude op te sporen. Zij zullen dit ook eerder vinden. Als ze namelijk niets vinden, zullen ze tekortschieten in hun opdracht. In waarvoor ze betaald krijgen. Althans, zo kan gedacht worden, en om dit te vermijden en omdat ze iedere tekortkoming zullen oppakken, zullen ze al snel fraude vinden.

 
Gezien de achtergrond van onze site valt dus ook te verwachten dat wij in de literatuur veel voorbeelden vinden van auteurs die het belang van vragen stellen benadrukken. In romans en daarbuiten. Of dit inderdaad veel is, is maar de vraag. Misschien zegt dit meer iets over wat wij graag lezen. En waar we op gericht zijn. Welke boeken we lenen of kopen. 😀
 
Maar laten we hier niet te lang bij stilstaan en eens inzoomen op een voorbeeld. Namelijk die van Jan Terlouw.
 

Vragen volgens Jan Terlouw

 
In Hoed u voor mensen die iets zeker weten, Gedachten over politiek, wetenschap en kunst van Jan Terlouw lezen we namelijk waarom volgens hem vragen stellen waardevol is. En wat vragen met hem doen.
 
Ze geven hem geen onrust maar eerder rust. En de antwoorden? Antwoorden plegen een moord op het probleem.

Op de achterflap:

Al vrij lang geleden ben ik tot de overtuiging gekomen dat op geen enkele wezenlijke vraag een definitief antwoord mogelijk is. Dat verontrust me niet, ik vind het eerder geruststellend. Vragen zijn diepzinnig, mysterieus, ze hebben de sierlijke vorm van het vraagteken. Antwoorden zetten het probleem bij in een leerboek, opgelost, afgedaan, opgeborgen. Vragen kunnen steeds een nieuwe vorm aannemen, een nieuw licht werpen op het probleem waaraan ze hun bestaan danken. Antwoorden plegen moord op het probleem.

Het interessante aan deze uitspraak is dat deze afwijkt van wat je veel hoort. Dat het stellen van vragen of de overtuiging dat het vinden van een definitief antwoord op wezenlijke vragen niet mogelijk is, juist leidt tot onrust. Of een gevolg hiervan is.
 
De centrale gedachte is dan dat een mens zekerheid nodig heeft en dat antwoorden op wezenlijke vragen die niet-definitief blijken te zijn en weer nieuwe vragen oproepen alleen maar onzekerheid met zich mee brengen of in zich hebben. De eeuwige twijfel, de eeuwige onrust, dat zich uit in en wordt versterkt door het continu stellen van vragen.
 
Misschien moeten we de insteek van Terlouw zien als een ideaal? 

Wel benieuwd: stelt de overtuiging dat op geen enkele wezenlijke vraag een definitief antwoord mogelijk is - en dus kan leiden tot nieuwe vragen - jou gerust of niet?