De kunst van het stellen van vragen en doorvragen
t

Twee soorten filosofische vragen

Eerder heb ik beschreven dat sommige auteurs vinden dat de filosoof misschien wel de ultieme vragensteller is. Filosofie betekent immers de liefde voor wijsheid, de behoefte je niet te vergissen. Een liefde / behoefte waaraan een filosoof geen gehoor kan geven zonder vragen te stellen. De tweedeling filosoof / niet-filosoof is hierbij misschien wat vertekend. Want heeft niet iedereen de behoefte zich niet te vergissen? Volgens de in 2015 overleden oud-Denker des Vaderlands René Gude moet je daarom misschien wel stellen dat in iedereen wel een beetje een filosoof schuilt. 
Maar welke vragen stelt een filosoof dan precies? Wat maakt een vraag een filosofische vraag? Om deze vragen te beantwoorden is het interessant om aan te sluiten bij de indeling die Tim de Mey hanteert. In het boek De voordeel van de twijfel beschrijft hij dat filosofen twee soorten filosofische vragen stellen. Ze stellen kritische vragen en diepe vragen [1].

  • Kritische vragen zijn - zo stelt De Mey - vragen naar de verantwoording en finaliteit van overtuigingen. Dit kunnen de overtuigingen van een ander zijn maar ook iemands eigen overtuigingen. Een beetje filosoof is zelfkritisch. Kritische vragen zijn vragen die zekerheden bevragen. Hoe weten mensen nu zo zo zeker "over hoe de wereld in elkaar zit, over wat we moeten doen en laten, en hoe we met elkaar en de wereld moeten omgaan (pagina 10)."  Hoe is de persoon tot die stellige opvattingen gekomen? Waar zijn ze op gebaseerd? Wat zijn de veronderstellingen ervan? Kloppen de redeneringen? Et cetera.   


  • Diepe vragen zijn de inhoudelijke vragen - ook wel substantiële vragen genoemd - die de filosoof stelt. Het zijn vragen naar de inhoud van de overtuigingen die iemand erop na houdt. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de bekende vragen die door de filosoof Kant zijn gesteld: wat kan ik weten, wat moet ik doen en wat mag ik hopen?

Het is misschien goed om in te zien dat de indeling van filosofische vragen in kritische vragen en diepe vragen niet de enige benadering van filosofische vragen is. Zo benadrukt de filosoof Huib Schwab het zinvolle karakter van filosofische vragen: filosofische vragen zijn zinvolle vragen. Weer andere auteurs leggen de nadruk op het (gewenste) socratische karakter van filosofiebeoefening en de filosofische vraagkunst. De filosoof Jan Bransen heeft nog een andere insteek. Hij stelt dat filosofische vragen zich juist kenmerken doordat het open vragen zijn (al geeft hij wel een andere invulling aan het begrippenpaar open versus gesloten vragen dan je mogelijk zou verwachten). Concludeer uit dit (niet volledige) overzicht overigens niet dat er in de literatuur fundamenteel andere ideeën te vinden zijn over wat filosofie en filosofische vragen zijn. In de kern delen ze allemaal hetzelfde uitgangspunt: de behoefte je niet te willen vergissen / een liefde voor wijsheid.

__________

[1]
Zie Mey. T. de, Het voordeel van de twijfel, Lemniscaat, 2014, bladzijde 9 en 10.
Meer over: , ,