De kunst van het stellen van vragen en doorvragen
t

Het standaard verschil tussen open vragen en gesloten vragen (uitleg en voorbeelden) (deel 1)

Waarschijnlijk ben je wel bekend met de regel dat het stellen van open vragen in het algemeen de voorkeur heeft boven het stellen van gesloten vragen. Althans als je zoveel mogelijk informatie wilt hebben van de ander. Nu zal ik in deel 2 van onze serie over open/gesloten vragen aan de hand van voorbeelden laten zien dat het onderscheid tussen open en gesloten vragen eigenlijk een wat kunstmatig onderscheid is. Het lijkt net alsof het een hard onderscheid is terwijl dit misschien niet zo is. Je kunt beter zeggen dat sommige vragen meer/minder open of gesloten zijn dan andere vragen.
 

Uitleg en voorbeelden van open en gesloten vragen

In de praktijk zijn dergelijke nuances niet altijd handig. Dit gaat ook tegen onze neiging in om zaken in te delen; in hokjes te willen plaatsen. In dit geval: tegen de wens om vragen te kunnen indelen in twee soorten vragen: open of gesloten vragen. Om hieraan tegemoet te komen, zal ik hieronder de meest voorkomende indeling geven [1].

Dus eigenlijk is het wat kort door de bocht maar als je vragen zou moeten indelen in open vragen dan wel gesloten vragen dan zou ik de volgende indeling hanteren:
 

Gesloten vragen

In de literatuur worden vaak enkel ja/nee-vragen en expliciete keuze-vragen als gesloten vragen gezien.
 

Voorbeelden van gesloten vragen

  • Ja/nee-vragen
    • Wilt u koffie? 
    • Ga je naar school toe? 
    • Ken je de site vraagzin.nl?
    • Je hebt een eigen bedrijf toch?
  • Expliciete keuze-vragen
    • Wilt u koffie, thee of limonade? 
    • Ben je voor Ajax of Feyenoord?
    • Ga je naar de stad of blijf je thuis?

Gesloten vragen zijn vragen die je met name goed kunt inzetten om te achterhalen wat iemand concreet weet of vindt: de ander wordt beperkt in antwoordmogelijkheden. Dit maakt gesloten vragen vaak waardevol om bijvoorbeeld feiten te controleren. Gesloten vragen beginnen met een persoonsvorm. Zie het eerste woord in de vraagzin.
 

Open vragen

Open vragen zijn vragen waar de antwoordmogelijkheden of de antwoordruimte niet van te voren wordt beperkt door de vragensteller [2]. Ze beginnen met een vraagwoord waarbij het vragend voornaamwoord het bekendste is (wie, wat, welke). Open vragen geven de geïnterviewde de ruimte om een eigen antwoord te geven. Je krijgt hierdoor misschien informatie die je niet van te voren zelf had bedacht.

Voorbeelden van open vragen

  • Wat is de reden dat je dit zegt?
  • Wat bedoel je, als je zegt dat je dit niet eerlijk vindt?
  • Welke eigenschappen bezit een rechtvaardig iemand volgens jou?
  • Welke kant zou jij kiezen in dit debat?
  • Waar zullen we het vanmiddag over gaan hebben?
  • Waar zijn jullie op uitgekomen?
  • Wanneer zullen we weer verder gaan?
  • Wanneer had je dan te maken met dit voorval?
  • Hoe zou je dit in eigen woorden omschrijven?
  • Hoe gaat het met de bespreking in jullie groep?
  • Waaraan heeft hij deze slechte gezondheid te danken? 
  • Waaraan zag je dat hij het zou halen?
  • Waardoor is je laptop kapot gegaan?
  • Waardoor is filosofie ineens aantrekkelijk voor managers?
  • Waarmee is dit dubbele perspectief op mens-zijn duidelijker te maken?
  • Waarmee is geprobeerd het wezen van de mens tot uitdrukking te brengen?
  • Waarvan zijn we gemaakt?
  • Waarvan zou je nooit afscheid willen nemen?
  • Waarom vind je dat?
  • Waarom ben je tegen de doodstraf?
  • Hoeveel waarde hecht je aan dit standpunt?

Discussie

Het voordeel van bovenstaande indeling is dat deze vrij helder is. Maar wat vind je van de volgende vragen: zijn deze open of gesloten?
 
    • Hoeveel is 17 + 6?
    • Naar welke provincie ga je op vakantie?
    • Hoe heet de hoofdpersoon van "Helden van de stad"?

Deze vragen beginnen duidelijk niet met een persoonsvorm (een werkwoord); het zijn dan ook geen ja/nee-vragen of expliciete keuze-vragen. Volgens bovenstaande standaardindeling zijn het dus open vragen. Er zijn echter auteurs die vinden dat ook deze derde categorie vragen gesloten vragen zijn. Bij de tweede vraag is dit zelfs vrij makkelijk te onderbouwen: ook deze vraag veronderstelt immers een keuze, namelijk een keuze tussen twaalf provincies. Enkel wordt dit niet expliciet genoemd. In de volgende bijdrage zal ik hier verder op ingaan.

Dit is deel 1 in onze serie over het stellen van open/gesloten vragen. In deel 2 kun je lezen dat het onderscheid tussen open vragen en gesloten vragen minder hard is dan het lijkt.

Oefeningen bij dit verschil


__________

[1]
Gebaseerd op diverse boeken / sites en een klein onderzoek onder studenten.

[2]
Hier dringt zich wel enige nuance op. De kernvraag is natuurlijk: in hoeverre beperkt de vragensteller toch ook niet enigszins in de gegeven voorbeelden de antwoordvrijheid van de ander? In de eerste voorbeeldvraag wordt gevraagd om een reden. De geïnterviewde kan niet komen met iets wat geen reden zou kunnen zijn. Dus is het wel enigszins gesloten? Dit raakt een filosofische discussie: werkt taal niet zo dat iedere vraag per definitie een bepaalde beperking van antwoordvrijheid met zich mee brengt? 
 
Meer over: