Dat je als journalist beter niet te veel gesloten vragen kunt stellen, bleek deze week mooi uit de persconferentie met minister-president Mark Rutte. Sterker, je weet als journalist dat je niet de juiste vragen stelt als de persoon die je interviewt je erop wijst dat je teveel gesloten vragen stelt.
Laatst bijgewerkt op 06-10-2018.


Over de kunst van het stellen van vragen en doorvragen
Minister-president Mark Rutte na weer een gesloten vraag

Waarom zou je gesloten vragen stellen?

Er kunnen goede redenen zijn om gesloten te vragen te stellen. Gesloten vragen zijn vragen waar de antwoordmogelijkheden of de antwoordruimte van te voren wordt beperkt door de vragensteller.

Zoals je hier hebt kunt lezen zijn gesloten vragen bijvoorbeeld vaak goede vragen om een gesprek te starten. Met een gesloten vraag leg je namelijk snel contact en de persoon aan wie je een vraag stelt, zal op een gesloten vraag eerder een antwoord geven dan op een open vraag. Vervolgens kun je dan met de juiste vragen gaan doorvragen. En als een gesprek eenmaal op gang is, ga je open vragen en gesloten vragen met elkaar afwisselen. 



Lees ook: de kunst van doorvragen



Vragen stellen tijdens persconferenties

Tijdens persconferenties is het eigenlijk zelden zinnig om als journalist gesloten vragen te stellen. Enkel als je wilt dat de ander een positie inneemt, doe je er goed aan een gesloten vraag te stellen ("» Bent u tegen ... "). Dit kan met name een goede vraagtechniek zijn, als je ook de ruimte hebt om de gesloten vraag te laten opvolgen door een open vraag.

Het gaat echter mis als je - samen met andere journalisten - te veel gesloten vragen stelt. Je geeft dan de ander - bijvoorbeeld een politicus of een sporter - in zo´n geval onbedoeld de mogelijkheid om te kiezen tussen een lang of kort antwoord.

In de praktijk zie je dat het geven van korte antwoorden niet een doel op zich is. Eerder staat het houden van het initiatief voorop. Door vragen met enkel ja of nee te beantwoorden, kan onbedoeld door de politicus het stokje teruggegeven worden aan de aanwezige journalisten. Het voordeel van een lang antwoord is dat dit veel beter de tijd vult.

Gesloten vragen geven aan de persoon die geïnterviewd wordt de mogelijkheid een eigen antwoordstrategie te kiezen. Waar dit handig is, volgt een lang antwoord en waar dit niet uitkomt wordt enkel een ja of nee als antwoord gegeven. De vraag is of dit de bedoeling is.

Premier Rutte: moet u maar geen gesloten vragen stellen

De persconferentie van de minister-president na de ministerraad van 5 oktober 2018 is een goed voorbeeld van hoe journalisten in de fout kunnen gaan als het om het stellen van open of gesloten vragen aankomt.

De persconferentie kun je hier terugzien.

Sterker, en misschien ook wel vrij bizar, de minister-president wijst een vragensteller erop dat hij veel gesloten vragen stelt.

Om vast te stellen in hoeverre dit klopt en de kritiek terecht is, is het goed om van dit deel eerst een analyse te maken op open en gesloten vragen en de antwoorden die Rutte geeft:

Gesloten vragen - open vragen - korte antwoorden - lange antwoorden

Wat valt op in dit kleine vraaggesprek?

Een analyse van de vragen:

Vraag: Hoe was de sfeer in de ministerraad na dit nieuws?

1. De eerste vraag: "Hoe was de sfeer in de ministerraad na dit nieuws?" lijkt een open vraag te zijn, maar is praktisch gezien meer een gesloten vraag. Omdat je een sfeer in de praktijk maar op een aantal manieren kunt beschrijven, zal het antwoord al snel kort zijn. Te kort zijn?

2. Deze eerste vraag van de journalist zou hiermee een prima vraag zijn om een persconferentie mee te beginnen (het leidt tot een open houding). Maar midden in een persconferentie lijkt de vraag minder op zijn plaats.

Vraag: Er was niemand die zei ´Meneer Rutte, misschien moet het dan nu maar toch van tafel.´?

3. De vragen naar wat in de ministerraad is gezegd, lijken in de praktijk maar matige vragen te zijn. Het geheim van de ministerraad maakt dat Rutte vrij kan kiezen wel of niets iets te zeggen.

4. Daarnaast kunnen we ons afvragen in hoeverre deze derde vraag recht doet aan de omgangsvormen binnen de ministerraad. De kans is immers groot dat binnen de ministerraad de aanwezige bewindslieden elkaar niet aanspreken met "Meneer Rutte". Dit maakt het al mogelijk de vraag ontkennend te beantwoorden zonder op de inhoud in te gaan ("Nee, niemand heeft dit gezegd, want er is niemand die 'meneer Rutte' zegt).

5. Het valt op dat Rutte een lang antwoord geeft op deze gesloten vraag. De manier waarop hij dat doet is veelvoorkomend. Hij begint met (1) het herhalen van de vraag en gaat dan (2) het korte antwoord opnieuw herhalen maar dan in andere woorden.

Vraag: Voelt u zich alleen daarin, als het gaat in de ministerraad bij andere ministers die misschien zeggen 'het moet van tafel?

6. De vierde vraag "Voelt u zich alleen daarin, als het gaat in de ministerraad bij andere ministers die misschien zeggen 'het moet van tafel?'" is ook matig. Ook dit is een vraag naar wat andere bewindslieden vinden. Maar er is ook nog een tweede reden en dat zit in het woordje 'alleen'. Als er maar één andere collega zou zijn die Rutte ondersteunt in zijn denken, dan kan hij dit reeds ontkrachten. De vraag is of dit de bedoeling was van de journalist.

De opmerking van Rutte over de gesloten vragen die de journalist stelt

7. Je zou kunnen stellen dat Rutte niet helemaal recht doet aan de situatie, wanneer hij stelt dat "U stelt alleen gesloten vragen; die kan ik alleen met ja of nee beantwoorden."

Dit om de volgende redenen:
  • Ten eerste was de eerste vraag wel een open vraag (maar omdat deze vraag een semi-open (of semi-gesloten) vraag was, is het voor te stellen dat Rutte dit anders zag.
  • Zelfs in deze korte video zien we dat Rutte een aantal gesloten vragen uitgebreid beantwoordt, andere weer niet. De verontwaardiging van de journalist valt hiermee enigszins te begrijpen (waarom gaat Rutte op deze vraag niet in).
  • Sommige auteurs vinden dat je ook naar de context van een vraag moet kijken om te bepalen in hoeverre een vraag als een open of gesloten vraag moet worden opgevat. Met andere woorden: of de persoon aan wie de vraag gesteld wordt de vraag uitgebreid of kort moet beantwoorden. Als je het hiermee eens bent, is de vraag vervolgens: in hoeverre mag je van een premier verwachten dat hij ook gesloten vragen tijdens een persconferentie uitgebreid beantwoordt? De betrokken journalist lijkt hier vanuit te gaan. Misschien wel terecht.

Vraag: Hoe heeft het zo mis kunnen gaan?

8. De journalist revancheert zich perfect met deze vraag. Het is een mooie suggestieve vraag, want het kent natuurlijk de aanname dat er iets mis is gegaan. Rutte lijkt hier echter niet in te trappen. Op het antwoord zou sowieso nog goed moeten worden doorgevraagd. Het valt namelijk op dat Rutte nauwelijks een antwoord geeft op de vraag. Hij komt - qua kennis - met name met beschrijvende kennis (wat is er gebeurd?) en niet met verklarende kennis (hoe heeft het kunnen gebeuren?).

Een leerzame persconferentie.



Lees ook: