De kunst van het stellen van vragen en doorvragen
t

Verhelderingsvragen: het bevragen van een oordeel op helderheid

Vragen stellen bij een oordeel: betoog of redenering
 
Om een oordeel van een beroepsbeoefenaar goed te kunnen bevragen, moet je eerst achterhalen wat hij of zij precies redeneert [1]. Dit is de eerste stap binnen de HART-methode. Je gaat hiermee het oordeel analyseren: je probeert HELDER te krijgen wat precies wordt betoogd zonder nog een oordeel hierover te vellen. Je probeert eerst te begrijpen om later pas te oordelen. Nieuwsgierig te zijn naar wat de ander bedoelt. Deze aanpak kan ervoor zorgen dat je minder bevooroordeeld bent en een positief-kritische houding inneemt.

In het begin kan deze stap nog vrij gekunsteld en inefficiënt overkomen - helemaal als je de antwoorden op de vragen op papier gaat uitwerken - maar als het stellen van deze vragen op de lange termijn onderdeel gaan uitmaken van je denken, zul je hopelijk inzien hoe waardevol het is om een betoog of redenering eerst helder te krijgen. Het geoefend worden in het stellen van volgvragen - dus vragen die volgen uit deze vier verhelderingsvragen - zal hier verder aan bijdragen (deze komen nog uitgebreid aan bod).

Met de volgende vragen (van de acht kritische basisvragen die er volgens de HART-methode zijn) kun je een oordeel helder krijgen [2]:

  1. Wat is precies het standpunt dat de ander inneemt?
  2. Welke argumenten / redenen worden gegeven voor het standpunt?
  3. Wat wordt beweerd ter onderbouwing van het standpunt?
  4. Wat wordt bedoeld met wat wordt beweerd?
  5. Wat wordt niet gezegd maar waarschijnlijk geïmpliceerd (verzwegen)?
  6. Welke opbouw herken je in de argumentatie?
 
Op het moment dat je meer geoefend wordt in de kunst van het stellen vragen, zul je ontdekken dat je deze verschillende verhelderingsvragen niet direct achter elkaar zult stellen, maar dat ze - in je denken en bij het bevragen van de ander - door elkaar lopen. Soms zul je bijvoorbeeld na het vaststellen van het standpunt (vraag 1) eerst wilt vaststellen wat beweerd wordt (vraag 3; dit wordt dan een hulpvraag) om zo te komen tot de argumenten (vraag 2). Of kom je bijvoorbeeld bij het je afvragen hoe je het betoog precies moet lezen (vraag 5: wat de opbouw is) tot het inzicht dat je nog niet compleet in beeld hebt wat nu precies het standpunt is van de beroepsbeoefenaar (vraag 1). Of moet je bij het vaststellen van wat verzwegen is (vraag 4) constateren dat je bij vraag 3 niet volledig was bij de inventarisatie van wat beweerd wordt.

Iemand die de kunst van het vragen stellen verstaat, pakt in de praktijk de vragen gelijktijdig op.
 
Voordat je zover bent, zul je echter je eerst nader moeten verdiepen in deze vragen. Zul je moeten oefenen in het stellen van deze vragen. Het startpunt hiertoe is de eerste vraag die je kunt stellen : Wat is precies het standpunt dat de ander inneemt?
__________

[1]
Zie bijvoorbeeld ook Browne. M.N. en Stuart M. Keeley, Asking the Right Questions: A Guide to Critical Thinking, 2009, Prentice Hall, bladzijde 15.

[2]
Mogelijk had je reeds de vraag gesteld waarom je nu deze indeling zou moeten omarmen en of er geen andere indeling mogelijk is. Dit zou een goede vraag zijn! Deze indeling - in vier verhelderingsvragen met daaronder deelvragen - is namelijk in zekere zin arbitrair. Je kunt er namelijk over twisten of dit de juiste - en op z'n minst de enig mogelijke - insteek is. Vraag 2 en vraag 4 zouden bijvoorbeeld net zo goed in één stap kunnen worden gezet. Ik heb echter vraag 4 opgenomen omdat het expliciet maken van wat iemand beredeneert erg belangrijk is. Er zijn echter redenen te bedenken om hier anders over te denken. Dit geldt voor meer gemaakte keuzes (gelijk aan keuzes bij andere methodes en werkwijzen; zie hiertoe deze tip).
 
Meer over: , ,