In de beroepspraktijk heb je vaak te maken met voorspellingen. Dit is kennis in de vorm doe dit, want dat zal leiden tot dat. Of dit gaat gebeuren, want dit volgt meestal / altijd na dat. Net als bij feiten kun je bij een voorspelling de vraag stellen of deze waar of onwaar is. Dit doe je door het stellen van goede deelvragen. In deze bijdrage vind je een overzicht welke vragen een professional kan stellen, dus de vragen die hij of zij beter kan stellen bij voorspellingen.
Laatst bijgewerkt op 27-12-2018

Over de kunst van het stellen van vragen en doorvragen

Wat zijn voorspellingen?

Als iemand een voorspelling doet, dan spreekt hij of zij een verwachting uit. De persoon beweert dat in de toekomst iets zal gaan gebeuren. In sommige gevallen zal dit onvoorwaardelijk zijn: met 100% zekerheid zal iets dan gaan gebeuren. Maar vaker is een voorspelling voorwaardelijk van aard. Enkel als aan een bepaalde voorwaarde is voldaan, zal iets gaan gebeuren. Of nog onzekerder: bestaat er een kans dat het gaat gebeuren.

Omdat met een voorspelling iets beweerd wordt, doet een professional natuurlijk ook bij voorspellingen er goed aan de vraag te stellen of dat wat voorspeld wordt wel klopt [1]. De beroepsbeoefenaar stelt zich dan de vraag of de voorspelling waar is [2]. Zoals je hier hebt kunnen lezen is een voorspelling hiermee een vorm van kennis.

In de praktijk heb je bij elk beroep te maken met voorspellingen. Om de juiste vragen hierbij te stellen, moet je eerst deze gaan herkennen. Laat ik een aantal voorbeelden geven van voorspellingen:

Voorbeeld 1. Politieke en beleidsmatige maatregelen zijn vaak gebaseerd op voorspellingen. In het kort is vaak de redenering, dat als je maatregel X neemt, dat dit dan zal gaan leiden tot het positieve gevolg Y. Stel op een bepaalde snelweg brandt nooit verlichting als het donker is. Als een politicus dan voorstelt om ’s avonds en ’s nachts de verlichting op de snelweg aan te doen, omdat dit de verkeersveiligheid zal bevorderen, dan lees je duidelijk een voorspelling. Ook kun je veel voorspellingen herkennen bij milieumaatregelen en klimaatvoorstellen. Bijvoorbeeld dat als de overheid een kolencentrale gaat sluiten, dat dit zal gaan bijdragen aan een beter milieu (en bijvoorbeeld global warming zal tegengaan). Journalisten en anderen politici zullen deze voorspelling zeker bevragen: klopt het wel?

Voorbeeld 2. Ook financiële keuzes worden vaak gebaseerd op voorspellingen. Het meest zichtbaar is dit bij beleggingen. De aankoop van bijvoorbeeld een bepaald aandelenpakket zal zoveel mogelijk worden gebaseerd op toekomstige ontwikkelingen van de betrokken bedrijven in het algemeen en winstverwachting in het bijzonder. 

Voorbeeld 3. Adviezen van artsen, fysiotherapeuten, verpleegkundigen of andere medici zijn vaak (hopelijk) gebaseerd op voorspellingen. Dat als de patiënt iets gaat doen, dat dit zal leiden tot een betere gezondheid. Dat veel patiënten de voorspelling impliciet wel herkennen, zie je terug als ze de vraag stellen naar waarom een medicus een bepaald advies geeft (inderdaad: een van de vragen die je beter aan een arts kunt stellen; hier vind je alle zes vragen).

Vragen stellen bij een voorspelling

Omdat van professionals wordt verwacht dat ze zoveel mogelijk handelen met kennis van zaken en dat de kennis die ze inzetten kwalitatief goed is, doe je er dus ook goed aan om voorspellingen te bevragen. En vervolgens hierop door te vragen.



Verder lezen: de 9 beste manieren om door te vragen



Omdat een voorspelling vaak ergens op gebaseerd is, zal een professional met name vragen stellen bij de oorzaak-gevolg die gesteld wordt (ook wel causaliteit genoemd). Dit is met name relevant als iemand een aanbeveling doet of advies schrijft waar deze voorspelling aan ten grondslag ligt.

Als echter niet gezegd wordt waarop de voorspelling gebaseerd is, begin een professional natuurlijk hier eerst naar te vragen. De vraag in welke mate inderdaad sprake zal zijn van enige oorzaak-gevolg volgt daarna.

Met name van politici en juristen wordt verwacht dat ze de kunst van het stellen van vragen bij voorspellingen verstaan. Neem de volgende uitspraak uit het Regeerakkoord 'Vertrouwen in de Toekomst' van het Kabinet Rutte III (2017) [3]. Het zit vol voorspellingen. Herken je ze?
 
"Het budget voor activering van en dienstverlening aan mensen in een kwetsbare positie wordt verhoogd, waarmee voor 20.000 extra personen de mogelijkheid voor beschut werk ontstaat. Dit leidt ertoe dat meer mensen met een beperking betaald werk kunnen verrichten omdat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om meer beschutte werkplekken te organiseren, maatwerk te bieden richting werk of werkgevers te ‘ontzorgen’."

Wat zijn goede vragen om te stellen bij voorspellingen?

Om je - bijvoorbeeld als student of beroepsbeoefenaar - te helpen in het stellen van goede vragen bij voorspellingen, vind je hieronder een overzicht van goede vragen die je kunt stellen. Dit is een vragenlijst in de vorm van een vraagschema.

Dat het een vraagschema is, wil zeggen dat je de vragen niet los van elkaar kunt zien, maar dat ze met elkaar te maken hebben. Als je dus wilt vaststellen in hoeverre een voorspelling klopt, zou je in het meest ideale geval alle vragen achter elkaar moeten stellen.

In de praktijk zul je niet altijd de tijd of de ruimte krijgen om alle vragen te stellen. Pak in zo'n geval de vraag die waarschijnlijk het meest twijfelachtige van een voorspelling raakt.

Het is hierbij reeds goed om in te zien, dat in het vraagschema je de nadruk kunt leggen op de drie delen van een voorspelling. Laat ik aan de hand van een weervoorspelling dit uitleggen en meteen enkele belangrijke voorbeeldvragen geven. Je zult hopelijk ontdekken dat je deze vragen vaak intuïtief zelf ook wel had kunnen bedenken.
 
  • vragen naar het gevolg van de voorspelling. Neem de voorspelling: De kans is erg groot dat het volgende week gaat sneeuwen. Wat wordt dan precies bedoeld met volgende week? Dat is best een ruime periode. En wat betekent precies dat het gaat sneeuwen? Is dit een pak sneeuw? Of wordt enkel wat natte sneeuw bedoeld?
  • vragen naar de oorzaak van de voorspelling. In dit voorbeeld kan dit bijvoorbeeld zijn: "(want) volgende week draait de wind naar het oosten en daar hangen reeds veel sneeuwbuien". Dit zal o.a. vragen geven als: Hoezo draait de wind naar het oosten en hangen er reeds veel sneeuwbuien in het oosten? En wanneer dan precies? En waar precies in het oosten?
  • vragen naar de oorzaak-gevolg tussen deze twee "Altijd als de wind naar het oosten draait en er hangen reeds veel sneeuwbuien, dan is de kans erg groot dat er erg veel sneeuw valt". De vraag wordt dan: Hoezo is de kans erg groot dat als als de wind naar het oosten draait er veel sneeuwbuien reeds hangt, dat de kans erg groot is dat het een week later gaat sneeuwen?

Je ziet dat bij de vragen naar het gevolg en naar de oorzaak zelf je als professional met name vraagt naar wat de ander bedoelt. Bij de causaliteit kijk je vooral naar of het klopt. Hiermee zie je de twee socratische vragen terug.
 

Het vraagschema met vragen bij voorspellingen


1. Vragen naar wat moet gaan komen: de uitkomst / het gevolg

  • Wat gaat er precies gebeuren: wat is precies de voorspelling?
    • Over welke termijn gaat het: wanneer laat de uitkomst - die voorspeld wordt - zich zien?
    • Over welke groep gaat het precies: geldt dit voor bepaalde mensen / bepaalde regio's / ...
  • Welke andere relevante (mogelijke negatieve / indirecte) effecten treden op?
    • In hoeverre wordt over de andere effecten iets gezegd?
    • In hoeverre beïnvloeden deze bijkomende effecten het voorspelde gevolg?

2. Vragen naar de maatregel, gebeurtenis, ontwikkeling e.d. die moet/zal leiden tot deze uitkomst

  • Wat is er precies gebeurd of moet gaan gebeuren wil de voorspelling uitkomen?
    • Wanneer moet het gebeuren?
    • Bij wie?
    • Waar?
  • Als het iets is wat gaat plaatsvinden: hoe zeker is het dat dit gaat gebeuren? Met andere woorden: in hoeverre is dit waar? (vaak moet je dan terugvallen op dit vraagschema waarmee je kunt vragen naar in hoeverre de feiten waar zijn).
  • Wat gaat er nog meer gebeuren wat van negatieve invloed kan zijn op hoe zeker de voorspelling is? Wat kan met andere woorden maken dat de voorspelling niet uit gaat komen, minder zeker maakt of in een andere vorm doet uitkomen?
  • Kunnen er andere redenen zijn die maken dat de voorspelling wel uit gaat komen?

3. Vragen naar hoe zeker de oorzaak-gevolg is tussen deze twee (causaliteit)

  • Hoezo zou het ene moeten leiden tot het andere? Met andere woorden: stel het is duidelijk wat gaat gebeuren en het klopt ook: waarom zou het gevolg dan optreden gezien deze oorzaak?
    • Is het gebaseerd op eerder uitgekomen voorspellingen?
    • Is het gebaseerd op experimenten?
    • Is het beredeneerd op een verklaring hoe iets werkt?
  • Welke onzekerheid zit in de voorspelling en hoe gaat de voorspeller hier mee om?
    • Wat is de waarde van de experimenten?
    • Hoe zeker is het verklarend model? 
  • In hoeverre heeft het onderzoek / hebben andere onderzoeken invloed gehad op de uitkomsten?
  • Zijn er andere, alternatieve voorspellingen en wat zeggen die voorspellingen?
    • Hoe kun je de verschillen verklaren?

4. Vragen naar het gezag van de onderzoeker / onderzoeksinstelling

Dit zijn met name goede vragen als de antwoorden op bovenstaande vragen niet overtuigen.

  • Wie doet de voorspelling?
  • In hoeverre is de onderzoeker / instelling autoriteit? Wat maakt de onderzoeker deskundig?
    • Waaruit blijkt dit?
    • In hoeverre zijn bijvoorbeeld vergelijkbare voorspellingen van hem in verleden uitgekomen?

Een voorbeeld / oefening met het stellen van vragen bij voorspellingen

De tip is om te oefenen met het stellen van vragen op basis van dit vraagschema. Dit begint met het herkennen van voorspellingen qua kennis om vervolgens bovenstaande kennisvragen te stellen. Om je hierbij te helpen, vind je hier een oefening met vragen.

Succes!

Heb je aanvullende vragen? Opmerkingen? We lezen ze graag (via Twitter of bijvoorbeeld via contact).

__________

[1]
Bij het HART-vraagschema kun je de lezen dat de vraag naar of dat wat beweerd wordt wel klopt, onderverdeeld wordt in drie deelvragen: de vraag naar of je dat wat beweerd wordt wel kunt aanvaarden, of het relevant is en of het toereikend is. Dit kun je ook inzetten bij voorspellingen. Dit zullen we echter niet nader uitwerken.

[2]
Nu is hier wel enige nuance nodig. Als je de bijdrage over het stellen van vragen bij feiten hebt gelezen, weet je ook dat "waarheid" misschien niet het juiste begrip is al wordt dit in de beroepspraktijk wel vaak gebruikt. Je doet er beter aan te spreken over een bepaalde mate van waarschijnlijkheid in plaats van waarheid. Dit om aan te geven dat we het nooit helemaal zeker weten en altijd ruimte moeten houden voor een aangepaste kijk (zie hier de wetenschappelijke methode).

[3]
Deze voorbeelden kunnen teruggevonden worden in het regeerakkoord 2017 (kabinet Rutte III).