Misschien wel de bekendste vragensteller uit de geschiedenis is Socrates. Deze filosoof - die leefde van ongeveer 470 tot 399 v.C. - maakte de straten van Athene onveilig door het stellen van allerlei vragen aan bekenden en onbekenden. Of kunnen we beter zeggen dat hij de straten veiliger maakte? Een van de interessante ideeën die hij heeft nagelaten is die van de socratische elenchus. Ook voor de hedendaagse vragensteller een interessant begrip om eens kennis van te nemen. In dit artikel vind je meer over deze manier van vragen stellen.
Eerste versie: 15-02-2022.

De socratische methode en de kunst van het stellen van vragen
 



In deze bijdrage zal ik niet lang stilstaan bij het leven van Socrates. Ook zal je niet hier lezen wat Socrates heeft betekend voor de filosofie, voor het filosoferen en de kunst van het stellen van vragen. Hierover zijn diverse toegankelijke artikelen geschreven (zoals dit artikel bij filosofie.nl).
 
In deze bijdrage zal ik stilstaan bij een idee waarnaar ik regelmatig verwijs in mijn trainingen en colleges: het idee van de elenchus. Dit kan je namelijk helpen bij het stellen van vragen.
 

Elenchus in het algemeen?

In de klassieke werken zul je weinig lezen over de elenchus. Om te beginnen bij Socrates zelf niet. Socrates heeft namelijk geen boeken achtergelaten en wat we van hem weten, weten we van anderen. Met name van de klassieke filosoof en 'opvolger' van  Socrates: Plato. Maar ook in de Platoonse dialogen - waarin Socrates als filosoof schittert - komt de elenchus als begrip nauwelijks aan bod. En in het werk van de andere antieke filosoof die over Socrates heeft geschreven - Xenophon - oefent Socrates de elenchus zelfs maar één keer uit; een uitleg zul je niet vinden [1].
 
Maar wat de elenchus is, kunnen we wel afleiden uit deze dialogen. En diverse auteurs hebben dat gedaan. Interesse in de wijze waarop Socrates vragen stelde, kent namelijk een enorme hedendaagse opleving. Waarbij trouwens ook wel wat misbruik wordt gemaakt van zijn naam. Bijkomend probleem: als we inzoomen op de socratische elenchus, zien we ook nog eens grote verschillen over wat dit precies is en wat dit betekent voor de kunst van het stellen van vragen.
 
Zo vind je om te beginnen met name veel algemene beschrijvingen. Een exemplarisch voorbeeld is de Nederlandse Wikipedia. Zij stellen dat met de socratische elenchus "het op de proef stellen [door Socrates] van de opvattingen van zijn gesprekspartner" wordt bedoeld. [2]
 
Dat is echter wel erg kort door de bocht. Dat zou betekenen dat iedereen die vragen stelt de elenchus uitoefent. Dit is - als je meer de wetenschap induikt - echter niet juist.
 

De socratische elenchus

De meeste deskundigen in het socratisch denken zijn het er wel over eens dat bij de socratische elenchus het niet gaat om het stellen van vragen in het algemeen. Het gaat om een specifieke manier van vragen stellen [3]. 
 

Wat het niet is

Om de elenchus goed te begrijpen, is het interessant om eerst uit te leggen wat het niet is.
 
Als iemand een mening verkondigt waar we het niet mee eens zijn, dan hebben we vaak de neiging om meteen hierop te reageren met onze mening (inclusief tegenargumenten). Dit is sowieso niet wat Socrates doet. Argumenten inbrengen en de ander van jouw standpunt overtuigen - waarbij je zelf misschien wel aan het rationaliseren bent - is niet de socratische methode.

Voorbeeld (niet socratisch).
X: Nederland moet een algeheel vuurwerkverbod invoeren, want dat zal de veiligheid aanmerkelijk ten goede komen.
Y: Wat een onzin, onderzoek laat zien dat veel onveiligheid met oud en nieuw met name voortkomt uit alcohol! DOE EERST HIER EENS WAT AAN!

Herkenbaar? Trek social media open en je ziet natuurlijk niet anders. Toch is deze aanpak weinig zinvol. Veel onderzoek laat zien dat we ons zelden op deze manier laten overtuigen.
 
Socrates hanteert een andere aanpak: hij stelt vragen. Maar dat moet je niet zien als een wedervraag die eigenlijk een argument is. Dus een argument verpakt als vraag. Ook dan gaat het niet goed:

Voorbeeld (wel van een vraag, maar nog niet echt socratisch)
X: Nederland moet een algeheel vuurwerkverbod invoeren, want dat zal de veiligheid aanmerkelijk ten goede komen.
Y: Maar wist je wel dat veel onveiligheid te maken heeft met overdadig alcoholgebruik en we beter dat aan kunnen pakken?

Op zich is dit al beter: er wordt een vraag gesteld. Maar de socratische methode gericht op de elenchus is anders.
 

Wat het wel is

Wat Socrates namelijk deed (in grofweg bijna alle dialogen; zeker de oude) is niet tegen een argument ingaan, maar juist met het argument instemmen. Vervolgens stelt hij een of meerdere vragen waar de eerste persoon - die het standpunt inneemt - het ook eens zal zijn. 

En dan komt de aap uit de mouw.
 
Socrates wijst op een inconsistentie in de redenering van de ander. Het kan niet zo zijn dat je met beide standpunten en argumenten het eens bent. Dus moet de ander zijn of haar mening - zo zal Socrates aangeven - aanpassen, wil je geen 'inconsistent denken' verweten worden.
 
Sommige auteurs benadrukken de emotie hierbij. Een inconsistentie in je redenering - jezelf tegenspreken - leidt bij veel mensen tot een soort schaamte. Gevolg: de ander zal zelf zijn of haar oorspronkelijke opvattingen willen bijstellen of verwerpen.
 
De methode om te komen tot de juiste vragen kent de volgende opbouw [4]:
  1. Iemand brengt een standpunt in; beweert iets; een standpunt en/of argument.
  2. Socrates stemt hiermee in en komt met een of meerdere (andere) beweringen waar de ander het ook mee eens zal zijn.
  3. Socrates geeft aan dat wat de persoon zegt onder 2 iets impliceert dat tegengesteld is aan wat de persoon zei bij de eerste stap.
  4. Socrates wijst op de inconsequentie in het denken van de ander. Hij heeft iets gevonden wat logisch inconsistent is (de elenchus). Dit vraagt om aanpassing in het denken van de ander.

In de literatuur zie je de elenchus op twee manieren gebruikt worden: als een manier van vragen stellen waarbij gezocht wordt naar een argumentatieve of begripsmatige inconsistentie in het denken van de ander zonder het oorspronkelijke standpunt van de ander direct te betwisten, én als het resultaat (de elenchus). [5] 

Een voorbeeld van de elenchus' manier van vragen stellen bij Socrates

Misschien wel het meest gekozen voorbeeld van de elenchus bij Socrates kun je vinden in de dialoog Laches [6]. Het startpunt van deze dialoog (een gesprek tussen meerdere personen) is een typische socratische definitievraag. In dit geval: wat is moed?
 
SOCRATES: Wat is het gemeenschappelijke aan wat we moed noemen? [...]
LACHES: Ik zou zeggen dat moed een soort uithoudingsvermogen en volharding van de ziel is, als ik iets mag noemen dat je in het algemeen bij alle gevallen terugziet.

SOCRATES: Zo moeten we er inderdaad naar kijken, als we deze vraag willen beantwoorden. En toch twijfel ik nog wel dat elke vorm van uithoudingsvermogen en volharding, naar mijn mening als moed moet worden beschouwd. Luister naar mijn reden: ik ben er zeker van, Laches, dat jij moed een zeer nobele eigenschap vindt.
LACHES: Zeer nobel, zeker.

SOCRATES: En jij zou zeggen dat een wijs uithoudingsvermogen ook goed en nobel is?
LACHES: Zeer nobel.

SOCRATES: En wat zou je zeggen van een dwaas uithoudingsvermogen? Is dat niet, aan de andere kant niet te beschouwen als slecht en kwetsend?
LACHES: Dat is waar.
[...]
SOCRATES: En kan iets nobels zijn dat slecht en kwetsend is?
LACHES: Dat zou ik niet moeten zeggen, Socrates.

SOCRATES: Maar zeg je nu dat een bepaalde vorm van volharding niet moedig is, omdat het niet nobel is, terwijl moedig zijn altijd nobel is?
LACHES: Je hebt gelijk.


De dialoog gaat nog verder, maar je ziet hierboven mooi de elenchus terug: je ziet de manier waarop Socrates Laches aan het denken zet en wijst op een inconsistentie in zijn mening. 

Nu kan ik me voorstellen dat het lastig is om dit door te vertalen naar nu. Daarom zal ik ook een hedendaags voorbeeld geven.


Een actueel voorbeeld van de elenchus' manier van vragen

Om op dezelfde manier vragen te stellen, moet je eigenlijk een aantal stappen zetten.
 
1. Het begint vaak met het achterhalen van de algemene uitspraak die iemand omarmt. Je hebt mogelijk op onze site hier al meer overgelezen. Deze algemene uitspraak betreft namelijk vaak het verzwegen deel van een argument en noem je de verbindende uitspraak van een redenering. Dit zal soms een definitie zijn, maar kan ook een principe of als-dan-regel zijn die iemand omarmt.

Voorbeeld. Stel een politicus zegt: "We moeten in deze wijk parkeervergunningen invoeren, want er zijn op dit moment domweg te weinig plekken en dat levert overlast op". De verzwegen verbindende uitspraak in deze redenering is (waarschijnlijk): als er te weinig plekken zijn waardoor er overlast is, dan is het invoeren van vergunningen het beste idee". Of de persoon dit echt bedoelt, is natuurlijk iets om na te vragen.

2. De kunst is om vervolgens voorbeelden te bedenken die misschien het principe ondergraven. Waaruit blijkt dat niet altijd waar is. Je kunt dan denken aan een bestaand voorbeeld, maar ook een hypothetische casus kan worden ingebracht.

Voorbeeld (vervolg). Het gaat in het voorbeeld onder 1 over overlast (omdat ergens te veel van is, in dit geval auto's ten opzichte van parkeerplekken). Maar klopt het principe? Overlast zal natuurlijk niet altijd met vergunningen opgelost kunnen worden. Sterker nog, het zal ook niet altijd op die manier worden opgelost. Als moderne Socrates is de kunst om voorbeelden te gaan bedenken. Kun je overlast bedenken (omdat ergens te veel van is) die mogelijk op een andere manier wordt opgelost? Enkele voorbeelden (en dit mag best creatief zijn): overlast van te veel zwervers bij een ingang van een winkel, overlast van te veel stadsduiven op een marktplein, overlast van te veel auto's op een snelweg, overlast van te veel studenten in een klas, overlast van te veel deelscooters op straat, overlast van te veel flitsbezorgers, overlast van te veel fietsen in een centrum, ... et cetera.
 
3. Uit deze voorbeelden kies je vervolgens een passend voorbeeld. Hiermee ga je vervolgens onderzoeken in hoeverre de oorspronkelijk algemene uitspraak nog om verdere verdieping vraagt.

Voorbeeld (vervolg). Laten we het voorbeeld fictief vervolgen:
Socrates: "Het is een goed idee om overlast aan te pakken. Zo vind ik het altijd vervelend dat we niet in ons gemeentehuis kunnen, zonder tegen allerlei fietsen aan te lopen. Zeker voor slechtzienden is dit lastig. Dat bent u toch met mee eens?"
Politicus: "Inderdaad."
Socrates: "Zou het niet goed zijn als we hier als gemeente ook niet iets tegen zouden gaan doen?"
Politicus: "Zeker zou dit goed zijn."
Socrates: "Bent u het dan met me eens dat we voor fietsen dan ook maar beter een vergunning kunnen invoeren?"
Politicus: "Nee, natuurlijk niet; wat is dit voor een onzin!"
Socrates: "Maar dan begrijp ik u niet. Eerst zegt u dat het invoeren van vergunningen de manier is om parkeeroverlast te voorkomen; maar nu ineens weer niet. Dit kan toch niet samengaan?"
Politicus: "Dit zijn toch onvergelijkbare situaties!"
Socrates: "Prima, maar wat maakt dan dat dit niet vergelijkbaar is?" 

Het gesprek zal in de praktijk natuurlijk anders gaan, maar je snapt hopelijk de insteek. Je ziet trouwens dat de politicus hier aangeeft dat sprake is van een valse vergelijking. Socrates zou - zo kan het verwijt zijn van de politicus - een drogreden gebruiken. De vraag is natuurlijk of dit echt zo is.
 
 
Het bedenken van een ander voorbeeld werkt vaak goed. Maar er zijn ook nog wel meer manieren:
  1. Het tot het uiterste voeren van wat gezegd wordt om vervolgens vragen te stellen over dit gevolg. In dit geval stel je niet de vraag naar één ander voorbeeld, maar schets je een wereld waarbij iedere vorm van overlast leidt tot een vergunning. Je gaat doorvragen op alle voorbeelden die je hebt bedacht. Maar is dit nu wat de politicus wil, zo zal de moderne Socrates zich afvragen? Het verwijt van de ander kan zijn dat sprake is van een overhaaste generalisatie; maar wat maakt deze situatie nu anders?
  2. Vragen naar de implicaties voor wanneer het niet werkt. Stel het invoeren van vergunning werkt niet omdat er te veel mensen zijn die een parkeervergunnnig willen, zou dit dan nog steeds een goed idee zijn? De valkuil is wel dat dit snel een suggestieve vraag gaat worden.
  3. De ander een ander perspectief laten innemen. In dit geval bedenk je voorbeelden van overlast die de politicus zelf zou kunnen geven en stel je de vraag in hoeverre hij of zij dit vergunningswaardig zou vinden. Je kunt denken aan rijden op de snelweg / files. Dit doet de politicus vast ook. Moet hier ook een vergunningsplicht voor komen?
  4. Tegenvoorbeelden bedenken. Kun je voorbeelden bedenken van iets waar vergunningen voor zijn ingevoerd, maar waar nog steeds overlast is?
  5. Het in een ethisch kader plaatsen om de ander in te laten zien dat hij of zij niet volledig is. Dit is de methode die je Socrates in de Laches ziet doen. Moed werd door Laches gekoppeld aan uithoudingsvermogen. Socrates laat Laches vervolgens vaststellen (in zijn antwoord) dat moedig zijn per definitie goed is. Maar - zo vraagt Socrates - niet iedere vorm van uithoudingsvermogen is toch goed? Dus vraagt moedig zijn om meer dan alleen uithoudingsvermogen. En klopte de definitie dus niet.

Deze vijfde techniek is misschien wel de lastigste om te verzinnen. Maar zeker bij definities kan deze invulling van waarde zijn. Maar ik zou beginnen met het bedenken van voorbeelden en hiermee op een positieve manier - maar kritisch - door te vragen. Om te komen tot verdere verdieping van wat de ander zegt. Omdat deze zelf inziet dat het in zijn of haar denken nog niet consistent is. En - zo stellen veel auteurs - zal het je eigen denken waarschijnlijk ook aanscherpen.



[1] Volgens Louis-André Dorion namelijk maar één keer, namelijk in Memorabilia 4.2 van Xenophon. Zie Dorion, L., The rise and the fall of the socratic problem, in: Morrison, Donald R. (ed) The Cambridge Companion to Socrates, CUP: New York, bladzijde 15. Hierbij moet wel aangetekend worden dat onder Socrates-deskundigen er wel overeenstemming is over dat Xenophon geen hoge pet op had van Socrates.   .

 [2] Zie Socratische Methode, Wikipedia (laatst geraadpleegd op 6-2-2022)

[3] Zie bijvoorbeeld Hugh H. Benson, Socratic Method, in: Morrison, Donald R. (ed) The Cambridge Companion to Socrates, CUP: New York, bladzijde 182.

[4] Zie Vlastos, G., Socratic Studies, CUP:Cambridge/New York, bladzijde 11 die dit de standaard elenchus noemt.

[5] Zie Benson, bladzijde 184.

 [6] Zie voor meer voorbeelden Vlastos, bladzijde 11 en 12. Deze tekst kun je vinden in Laches, 192bc/194b1-4)