De kunst van het stellen van vragen en doorvragen
t

Morele vragen

In deze bijdrage zal ik uitleggen wat morele vragen zijn. Ik laat hierbij het onderscheid zien dat gemaakt wordt tussen twee soorten morele vragen: morele vragen die gericht zijn op oordelen / oordeelsvorming (een mening) en morele vragen die gericht zijn op begrippen. Dit zijn twee soorten vragen - zo zal blijken - die je ook weer niet geheel los van elkaar kunt zien. Vervolgens eindig ik deze bijdrage met een vraagtip. Een tip die relevant kan zijn op het moment dat van jou gevraagd wordt om je ideeën te geven over een moreel of ethisch vraagstuk.

Wat zijn morele vragen?

Wat zijn morele vragen?

Morele vragen zijn vragen die gaan over hoe te leven; hoe we moeten handelen om het leven waardevol / goed te maken. Over wat deugt en wat niet deugt.

Omdat de moderne mens nooit alleen leeft, gaan morele vragen natuurlijk ook bijna altijd over de wijze waarop we zouden moeten samenleven. Over wat het juiste handelen is in relatie tot onszelf en tot anderen; tot de samenleving.

 
Verschillende soorten morele vragen
Zowel in de literatuur als in de praktijk komen twee verschillende soorten morele vragen terug; vragen die van elkaar verschillen doordat ze verschillende soorten kennisvragen zijn:

  1. Morele vragen die vragen om een oordeel
  2. Morele vragen die vragen om een definitie

1. De morele vraag die vraagt om een moreel oordeel

Morele vragen die vragen om een oordeel zijn misschien wel de meest voorkomende morele vragen. Het zijn vragen waarin van je gevraagd wordt om een beredeneerd standpunt in te nemen over een bepaalde kwestie. Je zit dan vaak in de hoek van de toegepaste ethiek:

In de medische hoek kom je dit soort morele vraagstukken bijvoorbeeld tegen. Voorbeelden van morele vragen zijn: "In hoeverre vind jij dat een arts zich mag onttrekken aan een euthanasieverzoek?", "In hoeverre vind jij dat een farmaceutisch bedrijf een experimenteel, niet getest medicijn mag testen op een patiënt indien deze hier toestemming voor heeft gegeven?", en "In hoeverre vind jij dat mensen verplicht moeten worden een bloedtransfusie te ondergaan indien dit medisch gezien noodzakelijk is?

Morele vragen van deze variant kunnen meer of minder concreet zijn. Als ze concreet zijn, zien ze toe op een bepaalde situatie of kwestie en wordt van jou verwacht dat je hierover een oordeel vormt. De drie vragen die hierboven als voorbeelden zijn gegeven, zijn in die zin niet-concreet. In de voorbeelden is namelijk niet een concrete situatie genoemd (het euthanasieverzoek van mevrouw Jansen of patiënt Pietersen die toestemming heeft gegeven aan farmaceutisch bedrijf Questis Pharma).
Het is mijn ervaring - en dat zie je terug in de literatuur [1] - dat je er goed aan doet om morele vragen zo concreet mogelijk te stellen. En dus ook om een moreel oordeel te vormen over een zo concreet mogelijk geval. 

In plaats van het algemene "In hoeverre is het moreel juist als werkgevers het personeel dwingt om in verband met een noodtoestand niet gewerkte uren in te halen?" krijg je de morele vraag "Begin januari 2015 moest het personeel van de Aldi-winkel in Dammartin-en-Goële (Frankrijk) in verband met een gijzelingsactie in een nabijgelegen drukkerij stoppen met werken. In hoeverre zou het moreel juist zijn geweest als de Aldi het personeel had verplicht deze verloren uren in te halen?" (bron: Nu.nl).

Het pakken van een concrete kwestie heeft twee voordelen.

  1. Ten eerste voorkom je hiermee dat een morele discussie of een moreel onderzoek abstract en hiermee mogelijk nietszeggend wordt. Dat het verzandt in algemene uitspraken zonder consequenties. Als je het concreet maakt - bijvoorbeeld je gaat een oordeel vormen over het handelen van de concrete Aldi-winkel in bovengenoemde casus - kom je met een oordeel die iemand direct raakt (in dit geval de filiaalmanager van die winkel). Als je een eigen voorval neemt, raakt het oordeel jezelf (bijvoorbeeld: In hoeverre mag mijn manager mij dwingen om over te werken ter vervanging van Anna die weg is in verband met zwangerschapsverlof?). Het nadeel van het kiezen van een eigen kwestie is echter wel dat het lastig bewijsbaar kan zijn naar anderen van wat precies speelt (hoe weet de ander immers of iets echt zo heeft voorgedaan als wordt gesteld?) [2].
  2. Het laatste toont je een tweede voordeel van het kiezen van een concrete kwestie. Als je een oordeel gaat vormen over een concrete kwestie, is het makkelijker om te bewijzen wat speelt en waarover jij je een oordeel vormt. In de Aldi-kwestie kun je kranten raadplegen, mensen interviewen, et cetera om vast te stellen wat er precies speelde. Bij een algemene vraag is dit lastiger.
Voorbeeld. Neem bovengenoemde kwestie (iets uit de praktijk): "als werkgevers het personeel dwingt om in verband met een noodtoestand niet gewerkte uren in te halen". Wie zijn dan die werkgevers? Hoezo dwingen? Welke noodtoestanden zijn er allemaal? Hoe vaak gebeurde dit dan? Hoeveel verschillende varianten van niet-gewerkte-uren zijn er? Door een concrete kwestie te nemen, voorkom je dit soort definitie- en bewijsproblemen.

Het vellen van een oordeel over een concrete kwestie werkt natuurlijk niet als je een algemene (juridische) regel in morele zin wilt of moet bespreken. Omdat wet- en regelgeving generiek is - voor meerdere gevallen te rechtvaardigen moet zijn - kun je niet op basis van één voorbeeld tot een conclusie komen. Als je zou concluderen dat de Aldi in bovenstaand concrete geval haar personeel wel iets mag opleggen, dan mag je hieruit niet concluderen dat iedere werkgever dit in algemene zin zou moeten mogen doen. Je zou dan niet goed argumenteren. In termen van het HART-model: het argument is niet toereikend. Of in termen van drogredenen: je maakt mogelijk een overhaaste generalisatie.


Je ziet trouwens dat met een concreet moreel vraagstuk vaak ook algemene morele vragen komen bovendrijven. Met name Michael Sandel wijst ons hierop (en doet dit zelf in zijn publieke socratische gesprekken). Ook hij neemt concrete situaties als uitgangspunt. Maar om moreel te kunnen oordelen over deze concrete situaties moeten we echter, zo stelt Sandel, algemene morele vragen stellen en beantwoorden. Vragen die zich richten op de principes van het moreel juiste handelen, van rechtvaardigheid [3].

De concrete morele vraag: "In hoeverre is het moreel juist als in de zaak x de drie opgepakte verdachten worden gemarteld om informatie te krijgen?" kan worden geabstraheerd naar "In hoeverre is het moreel juist als we mensen martelen voor informatie?" Deze morele vraag kent echter een nog meer algemenere morele vraag, namelijk: "In hoeverre mogen we het lot van een beperkt aantal individuen opofferen voor het geluk van het grote geheel?"

Deze algemene morele vragen die onze morele opvattingen tot onderwerp hebben, vormen de brug naar de tweede soort van morele vragen.

2. De morele vraag die vraagt om een definitie

Deze vorm van morele vragen stellen bestaat alle eeuwen. De filosoof Socrates (471-399 v.C.) stelde namelijk dit soorten vragen al. Het zijn vragen waarbij onderzocht wordt wat een bepaald begrip inhoudt:
  • Wat is rechtvaardigheid (Republiek)
  • Wat is vriendschap? (Euthyphro)
  • Wat is liefde? (Symposium)
  • Wat is moed? (Laches)


Het is een zoektocht naar een definitie. Naar wat een begrip inhoudt. Het antwoord kent vaak een opsomming van criteria. Bijvoorbeeld: van rechtvaardigheid is sprake bij een combinatie van voortreffelijkheid en wijsheid. Van voortreffelijkheid is weer sprake als ... et cetera. Juristen zullen iets van recht hierin herkennen: de criteria worden dan (rechts)voorwaarden.

Verdieping: het verband tussen deze twee soorten vragen

Je ziet misschien wel in dat er een zeker verband zit tussen de twee soorten morele vragen. Het geven van een definitie - van wat een concept inhoudt - zou je immers ook kunnen zien als het vellen van een oordeel, namelijk van wat een begrip inhoudt (vaak waarden als integriteit, rechtvaardigheid, eerlijkheid, vertrouwen, ...). Zie ook het geringe verschil tussen de volgende twee vragen:

In hoeverre is het eerlijk als je iemand voorliegt over hoe de ander functioneert?
versus
 Wat is eerlijkheid?
Bij beide morele vragen wordt een antwoord gezocht naar iets wat eerlijk maakt. De eerste vraag is duidelijk gericht op een oordeel in een concrete casus; de tweede meer naar wat een begrip inhoudt. In hoeverre is het verschil tussen twee soorten vragen wel houdbaar?

Dit onderscheid is nog te lastiger te maken doordat in de praktijk de tweede soort morele vraag - dus naar een definitie - vaak wordt beantwoord met een casus. In zo'n geval word niet alleen begonnen met een voorbeeld (zoals hierboven beschreven iets wat Michael Sandel doet) maar worden ook voorbeelden aangedragen in de beantwoording van de vraag.

Nu zou je natuurlijk in theorie prima criteria kunnen geven over wat een begrip inhoudt zonder daarbij gebruik te maken van voorbeelden (van concrete oordelen) maar de praktijk laat iets anders zien. Om te begrijpen wat eerlijkheid is, zijn we geneigd om met voorbeelden van eerlijk en oneerlijk gedrag te komen. Ook de gesprekspartners van Socrates deden dit of werden hiertoe door Socrates uitgedaagd. Dit sluit aan bij ideeën uit de cognitieve taalkunde [4].

Samengevat zou je dus kunnen stellen dat je de eerste vraag niet goed kunt beantwoorden zonder de tweede vraag te beantwoorden en tegelijkertijd de tweede vraag niet kunt beantwoorden zonder de eerste vraag te beantwoorden. Je moet weten wat een begrip ongeveer inhoudt om een oordeel over een casus te hebben en tegelijkertijd heb je voorbeelden nodig - concrete oordelen - om inhoud te geven aan een begrip [5]. 

Vraagtip

Misschien denk je nu: "Want een theoretisch geneuzel, wat moet ik hiermee?". Dit is afhankelijk van waarom je geïnteresseerd bent in morele vragen. Op het moment dat je voor je studie of een training een morele vraag moet bedenken en/of beantwoorden (bijvoorbeeld via een essay) dan kan het bovenstaande je helpen in het stellen van betere vragen. Je kunt dan denken aan de volgende vragen:
  1. Wordt van mij verwacht dat ik mijn ideeën geef over een algemeen moreel begrip (wat ik vind van integriteit, van eerlijkheid, van rechtvaardigheid, ...)?
  2. Wordt van mij verwacht dat ik voorbeelden - concrete oordelen - aandraag om te laten zien wat ik onder een moreel begrip versta?
  3. Wordt van mij verwacht dat ik een moreel oordeel geef in een concrete kwestie?
  4. Moet ik - indien ik een moreel oordeel moet geven over een concrete kwestie - ook uitleggen en wat ik onder een begrip versta (dit is dan het beoordelingskader)?
  5. In hoeverre kan ik de begrippen morele vragen en ethische vragen door elkaar gebruiken? (dit laat veel zien hoe de ander over bovenstaande denkt)
  
De tip is dus: achterhaal wat precies de bedoeling is als van jou gevraagd wordt om een moreel vraagstuk uit te werken. Ga met je interviewers / opdrachtgever / docent in overleg.
  • Sommige interviewers / opdrachtgevers / docenten willen bijvoorbeeld geen concrete casus uitgewerkt zien maar zien graag dat je alleen op een algemene morele kwestie reflecteert ("In hoeverre is positieve discriminatie moreel juist?") en criteria geeft (je krijgt bijvoorbeeld een antwoord als "Positieve discriminatie is alleen toegestaan als iedereen er beter van wordt én als bewijsbaar is dat er achterstand is van een bepaalde groep én dat er sprake is van gelijke geschiktheid").
  • Andere interviewers / opdrachtgevers / docenten willen criteria zien maar dan ten aanzien van wat een begrip inhoudt ("Wat is moreel juiste positieve discriminatie?" of nog algemener "Wat is moreel juist?"). 
  • Andere interviewers / opdrachtgevers / docenten willen juist dat je je op een concreet voorval richt ("In hoeverre is positieve discriminatie binnen de rechtspraak anno 2016 moreel juist?" of nog concreter: "In hoeverre was positieve discriminatie bij x moreel juist?"). 
  • Sommige interviewers / opdrachtgevers / docenten willen vervolgens weer dat je geen concrete voorbeelden aandraagt om een begrip te definiëren en om tot criteria te komen, andere wel weer. 
  • Sommige interviewers / opdrachtgevers / docenten maakt het niets uit.

Even doorvragen dus.

__________

[1]
Zie bijvoorbeeld Dalen, W. van, Ethiek de basis, Noordhoff Uitgevers B.V. (2013), bladzijde 1 en Bolt, L.L.E., M.F. Verweij en J.J.M. van Delden, Ethiek in praktijk, Van Gorcum (2007), bladzijde 22.

[2]
Deze aanpak past echter wel meer bij een socratische wijze van ethiekbeoefening. Ook past dit bij een particularistische visie op wat morele oordeelsvorming is.

[3]
Zie Sandel, M.J., Rechtvaardigheid, Uitgeverij Ten Hage (2010/2012), bladzijde 28.

[4]
Dit klinkt ook door in Sluiter, I., Op zoek naar Socrates. Een hoorcollege over een onverschrokken vragensteller uit klassiek Athene, Home Academy (2007), hoofdstuk 4. Bezien vanuit de cognitieve taalkunde hoort het geven van 'beste voorbeelden' bij de manier waarop mensen zich concepten vormen. Voor de volledigheid: het gaat hier het wel om het vormen van concepten wat je niet moet verwarren met het vaststellen van causaal bewijs; indien dan op basis van voorbeelden wordt geredeneerd kan sprake zijn van een overhaaste generalisatie of van anekdotisch bewijs).

[5]
In de praktijk zie je dat morele vragen ook wel ethische vragen worden genoemd. In theorie bestaat hierover discussie. Omdat ethiek staat voor het systematisch nadenken over onze waarden en normen en de daarbij behorende begrippen, zijn de vragen die gaan over begrippen (bovenstaande tweede categorie) eerder ethische vragen dan vragen die gaan over concrete kwesties. In de literatuur worden deze vragen dan ook toegepaste ethische vragen genoemd. Ook begripsmatige vragen waarbij gebruikt wordt gemaakt van voorbeelden zijn om dezelfde reden misschien geen zuiver ethische vragen? Omdat het onderscheid tussen beide soort vragen echter lastig te maken is - zie hierboven, ze hebben elkaar nodig - lijkt me dit een weinig vruchtbaar onderscheid. Zie zo ook Savater, F., Het goede leven, Ethiek voor mensen van morgen, Bijleveld (2001), bladzijde 50.
 
Meer over: , ,