Ben je het altijd eens met het standpunt van iemand anders? Of ben je het altijd eens met alle argumenten die een ander geeft? Vast niet. Ik ken in ieder geval niemand die zei dat hij of zij het altijd met iemand anders eens is en geen eigen, afwijkende mening heeft. En dat is misschien maar goed ook.
 
Ook jij zult dus ongetwijfeld situaties hebben meegemaakt waarbij je het niet eens was met iemand. Of op z'n minste twijfelde. Want dat is vaak al een goed begin. Bijvoorbeeld de twijfel of de argumenten wel relevant zijn (relevantie). En dat er wel genoeg argumenten worden gegeven (toereikendheid). In deze bijdrage vind je een korte uitleg van deze twee criteria.
 
Vraagzin.nl


Laat ik echter eerst kort herhalen wat je eerder hebt kunnen lezen in ons eBook.
 
Als je een oordeel - door iemand verwoord in een redenering of betoog - zover mogelijk HELDER hebt gekregen (je begrijp wel ongeveer wat iemand wil zeggen) en hebt bevraagd op AANVAARDBAARHEID (wat wordt beweerd klopt wel), doe je er vervolgens verstandig aan om vragen te stellen bij de wijze van redeneren.

Wat je dan gaat doen is onderzoek doen naar het verband tussen het standpunt en het argument. Ook dit zal vaak resulteren in diverse positief-kritische vragen. Vragen die je kunt stellen aan de ander.
 
We zijn hiermee beland bij de laatste twee van de vier HART-critera: de RELEVANTIE en TOEREIKENDHEID van een argument / argumentatie

Waarom moet je vragen stellen bij de relevantie van argumentatie?

Al zijn de gebruikte beweringen van een argument helder (te begrijpen) en aanvaardbaar, dan wil dit nog niet zeggen dat het argument relevant is. Een voorbeeld: stel een collega van je zingt tijdens zijn werk allerlei seksueel getinte nummers. Dat dit het geval is, kun je zelf vrij eenvoudig waarnemen (als we duidelijk hebben wat een seksueel getint nummer is, kun je dit gewoon horen). Maar vervolgens gaat een andere collega met deze waarneming als volgt redeneren:

Voorbeeld aanvaardbaar maar minder relevant argument "Jan zingt seksueel getinte nummers, dus ik ga vanavond broccoli eten."

Voorbeeld aanvaardbaar én meer relevant argument "Jan zingt seksueel getinte nummers, dus we mogen hem ontslaan."
 
Misschien kun je nog een scenario bedenken waarbij ook de eerste redenering klopt, maar hopelijk zie je in dat het tweede argument relevanter lijkt (en je dus andere vragen kunt stellen).

Deze twee redeneringen laten duidelijk zien dat relevantie geen hard criterium is. Er is geen duidelijke scheidslijn waarmee je altijd kunt zeggen: het argument is aanwijsbaar relevant of het argument is niet relevant. Wel - zo zal later blijken - kun je door het stellen van de juiste vragen onderzoeken in hoeverre een argument echt relevant is en mogelijk meer/minder relevant maken.
 
Maar stel wel de vraag: is dit argument eigenlijk wel relevant gezien het standpunt?
 

Waarom moet je vragen stellen bij de toereikendheid van argumentatie?

Een helder en aanvaardbaar argument maakt een argument nog niet direct toereikend. Met andere woorden: het argument of argumentatie volledig. Want neem het laatste voorbeeld: mag je iemand die seksueel getinte liederen zingt wel echt in juridische zin direct ontslaan? Of is er meer voor nodig? Dat lijkt het geval: waarschijnlijk is het argument niet toereikend. Zo zal je collega voordat hij ontslagen kan worden op z’n minst een keer gewaarschuwd moeten worden [1]. Een bijkomend en meer toereikend argument was dan: "en hij heeft reeds een waarschuwing hiervoor gekregen."

In de praktijk zul je merken dat bij sommige standpunten een toereikende argumentatie bijna niet te geven is. Om toereikend te zijn, zouden alle argumenten gezegd moeten worden, alle onderliggende argumenten genoemd moeten worden en moeten ook alle tegenargumenten worden uitgewerkt. Dat is in de beroepspraktijk niet te doen. De tijd of de ruimte om het volledig uit te werken, ontbreekt.

Een voorbeeld. Over wat juist medisch handelen is, zijn complete handboeken geschreven. Met alle nuances die kunnen spelen. Als een verpleegkundige vervolgens wordt gevraagd om een oordeel te geven over het medisch handelen van een arts, dan zou dit - gezien alle literatuur - om veel vragen. Dit is in de praktijk niet te doen.

Dit vierde criterium geeft dus een vierde vraag: worden wel genoeg argumenten gegeven? Wordt wel ingegaan op mogelijke tegenargumentatie bijvoorbeeld? En worden argumenten wel onderbouwd met onderliggende argumenten?

Vraagtip en vervolg

Bovenstaande voorbeelden maken hopelijk duidelijk dat je er goed aan doet waar nodig kritische vragen te stellen bij de relevantie en toereikendheid van een redenering of betoog. Samen met de andere HART-vragen, namelijk die naar de helderheid van wat wordt betoogd (begrijp je het wel) en of het wel klopt wat wordt gezegd (aanvaardbaarheid), heb je vier goede vragen om te stellen bij de meningen van anderen.
 
Gaat dit te snel voor je? Hier kun je nog een andere samenvatting lezen van de vier HART-criteria en de vragen die je kunt stellen.
 
Het advies is om dit terugkerend te doen (en hierin te oefenen). Op welke van de vier vragen je de nadruk legt, zal afhankelijk zijn van de situatie. Als je nog niets begrijpt van het standpunt van de ander of als je de argumenten maar vaag vindt, zul je bijvoorbeeld eerst meer vragen gaan stellen om dit helder te krijgen. 
 
Als je het bovenstaande trouwens goed kunt volgen en als je merkt wat de meerwaarde is van deze vier vragen in de (beroeps)praktijk, dan kan de volgende stap - naar een nog meer deskundig vragensteller worden - je mogelijk ook wel interesseren. Het HART-vraagschema kun je namelijk nog verder uitbreiden (of beter gezegd verdiepen). Deze meer complexe variant van het HART-vraagschema vind je in deze bijdrage.
__________

[1]
De casus is sowieso te algemeen beschreven om definitieve conclusies te trekken maar zie hiertoe artikel 6:678, tweede lid, onder c BW.