Over de kunst van het stellen van vragen en doorvragen
t

De kunst van het stellen van vragen bij oordelen en meningen

Van professionals verwachten we dat ze oordelen vellen die wat betreft kennis kwalitatief goed zijn. Helemaal als deze oordelen resulteren in adviezen aan ons. Of we nu patiënt, klant of bijvoorbeeld burger zijn. Dat verwachten anderen ook van de (toekomstige) oordelen die jij velt op je werk. In deze bijdrage geven we je een overzicht van de vragen die je kunt stellen of zou moeten stellen op het moment dat je een oordeel / mening leest of zelf velt.  Over een lastig vraagschema.
Laatst bijgewerkt op 17-01-2018.

Vragen stellen bij oordelen en meningen

Inleiding op dit vraagschema

In een eerdere bijdrage heb je kunnen lezen dat we van professionals een zekere kennisverwachting hebben. De verklaringen die ze geven, de voorspellingen die ze doen of de adviezen die ze bijvoorbeeld geven (allemaal soorten van kennis), moeten niet gebaseerd zijn op onzin, onjuistheden, leugens, warhoofderij e.d.. Ze moeten kloppen.

Voorbeeld. Als jij bij de arts komt, wil je dat een eventueel medisch advies zo veel mogelijk gebaseerd is op de juiste kennis. Als je arts een medicijn voorschrijft omdat hij in zijn koffiekopje zag dat dit goed was, dan word je terecht natuurlijk kwaad. Nu is dit een wat onzinnig voorbeeld maar je zult begrijpen dat wat artsen voorschrijven ergens op gebaseerd moeten zijn.

Sterker, er is geen beroep denkbaar of kennis speelt wel een rol en anderen verlangen van je dat je de juiste kennis gebruikt. Bij alles wat beweerd wordt.

Voordat je dit vraagschema inzet, is dus eerst de vraag: wat beweert de professional? Of als je zelf de professional bent: wat beweer ik allemaal?

Het probleem is echter dat als het gaat om kennis allerlei cognitieve instincten ons kunnen opbreken. Diverse menselijke denkfouten maken dat wij niet op een goede manier met kennis omgaan. De oplossing is: stel de juiste vragen. Als professional maar ook als klant, burger, patiënt, cliënt, et cetera.

Vragen stellen om vast te stellen of je te maken hebt met een goed oordeel

Een van de soorten kennis waarbij je er goed aan doet soms vragen te stellen, zijn oordelen. Sterker nog: oordelen zijn in de beroepspraktijk misschien wel de belangrijkste vormen van kennis om vragen bij te stellen. Als iemand een oordeel inneemt dan heeft hij of zij een mening ergens over. En gelijk aan feiten en bijvoorbeeld voorspellingen verwachten we ook van professionals dat ze juist oordelen. Al kun je beter spreken van goed oordelen (zie hier voor een uitleg tussen goed oordelen en juist oordelen). 



Om vast te stellen in hoeverre jezelf of anderen aan deze verwachting voldoen, ontkom je er niet aan goede vragen te stellen. Hieronder vind je een overzicht met de vragen waaraan je dan kunt denken.

Toelichting
Het vraagschema bestaat uit twee stappen die je in de praktijk niet helemaal los kunt zien van elkaar. Vaak begin je met het stellen van vragen om het oordeel goed te begrijpen. Dit is een analyse-stap. Vervolgens stel je vragen om het oordeel op waarde te schatten: om het te evalueren. Dit raakt met name de argumentatie / onderbouwing van het oordeel in een redenering of betoog. Je zult dan ook gaan ontdekken dat om de kunst van het stellen van goede vragen bij oordelen te beheersen je kennis moet krijgen van argumentatieleer en van wat goed argumenteren is.

Een vraagschema is een lijst met vragen die een bepaalde structuur en opbouw kennen. Dit in tegenstelling tot gewone vragenlijsten (dit zijn overzichten met losstaande vragen).

Vraagschema: het stellen van goede vragen bij oordelen


STAP 1: HET ANALYSEREN VAN HET OORDEEL

1. WAT IS PRECIES HET STANDPUNT?


2. WELKE ARGUMENTEN WORDEN GEGEVEN?


3. WAT WORDT IN DE ARGUMENTATIE ALLEMAAL BEWEERD?


4. WAT WORDT BEDOELD MET WAT WORDT BEWEERD?

  • Wat wordt bedoeld met wat wordt beweerd?
  • Hulpvragen:
    • Welke vage begrippen vragen om toelichting?
    • Welke begrippen / zinsdelen zijn ambigu?

5. WAT WORDT VERZWEGEN MAAR WAARSCHIJNLIJK GEÏMPLICEERD / GESUGGEREERD?


6. WELKE OPBOUW HEEFT DE ARGUMENTATIE?


STAP 2: HET EVALUEREN VAN HET OORDEEL 
 

7. IN HOEVERRE KLOPT HET WAT ALLEMAAL WORDT BEWEERD?

  • In hoeverre klopt het wat wordt beweerd?
  • Deelvragen:
    • In hoeverre kloppen de gehanteerde begrippen? 
    • Zijn de feiten waar? (gebruik hiervoor dit vraagschema)
    • In hoeverre zijn de voorspellingen waar? (oefening)
    • Zijn de verklaringen waar?
    • In hoeverre zijn de vergelijkingen juist?
    • In hoeverre zijn de oordelen juist / waarachtig? (gebruik hiervoor weer dit vraagschema)
    • In hoeverre zijn de adviezen juist?
  • Hulpvragen:
  • Verdieping
    • Problemen bij vaststellen aanvaardbaarheid beweringen
    • Algemeen probleem bij vaststellen aanvaardbaarheid
    • Specifieke problemen bij vaststellen aanvaardbaarheid
    • Het kritisch bevragen op aanvaardbaarheid

8. IN HOEVERRE ZIJN DE ARGUMENTEN RELEVANT EN TOEREIKEND?



Heb je aanvullende vragen? Zijn er deelvragen die je graag uitgewerkt ziet worden? Of is er een goede vraag die jij altijd stelt bij de mening van een ander? We lezen het graag!

Terug naar de inhoudsopgave
 
Meer over: ,